Wieteke Kniestedt 1

Wieteke Kniestedt

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Urologe in het St Jansdal

Hotspots Editie 10

Wat doet een uroloog precies?

“Om te beginnen houden wij spreekuur op de poli. Naast de vele gesprekken die er gevoerd worden, doen wij er ook metingen, echo’s en dergelijke. We hebben op de poli allerlei apparatuur staan waarmee we middels kleine ingrepen kunnen onderzoeken wat de oorzaak van de klachten is van een patiënt. Kunnen we de klachten niet poliklinisch verhelpen dan gaan we opereren. Ook dat doen we zelf. Evenals de controles en eventuele vervolgbehandelingen. Dat is het mooie van dit specialisme. Als je ons vakgebied vergelijkt met andere chirurgische vakgebieden dan zie je dat een patiënt over het algemeen eerst bij de internist komt, die verwijst ze naar een chirurg. Vervolgens ziet de chirurg de patiënt een aantal weken na de operatie nog één keer terug om bijvoorbeeld de wond te controleren, waarna de patiënt weer naar de internist gaat. Dat vind ik jammer. Wij zien onze patiënten veel langer, vanaf het moment dat iemand binnenkomt tot het moment dat het klaar is.”

Er gaat een hele zware studie aan vooraf.
Waarom urologie?

“Het is het vak waarbij je meer holistisch naar je patiënt kijkt, het vak waarbij je je patiënt van het begin tot het eind kunt begeleiden, mannen en vrouwen van alle leeftijdsgroepen. En het is een overzichtelijk vak. Ik ben orgaanspecialist. Ik behandel de blaas, de nieren, de prostaat, het mannelijk genitaal en de bekkenbodem. Het is een dankbaar vak, je kunt mensen vaak heel snel helpen met klachten die mensen in het dagelijks leven heel erg hinderen zoals incontinentie. Bijna de helft van de vrouwen, en op latere leeftijd zelfs 80% van de vrouwen, komt in aanraking met incontinentieklachten. Helaas zien wij daarvan maar een héél klein deel. Jammer genoeg heeft dat te maken met gêne.”

Maar dat heeft misschien ook te maken met onwetendheid. Het gevoel dat ‘het erbij hoort’ en dat men tot een klein groepje behoort?

“Absoluut. Veel mensen weten niet eens dat hun klachten verholpen kunnen worden. Met fysiotherapie, medicijnen of een operatie kun je de incontinentie klachten voorkomen of oplossen. Het is toch van de zotte dat vrouwen die klachten maar gewoon voor lief nemen! Ze moeten van het idee af dat ze de enige zijn. Wat denk je dat een bevalling met je lichaam doet? Dat is een regelrechte aanslag op je bekkenbodem hoor. Eigenlijk moet iedere vrouw na de bevalling oefeningen doen, want heel veel jonge vrouwen hebben na de bevalling klachten. Daarom hebben wij begin augustus een bekkenbodem poli geopend en wat blijkt: we zitten vol tot eind oktober.”

Toch is het makkelijker een onderzoek aan een gebroken arm te ondergaan dan aan geslachtsorganen. Hoe ga daarmee om?

“Het allerbelangrijkste is dat je veiligheid creëert, anders hoor je ten eerste nooit het hele verhaal en kun je nooit die dokter zijn die men nodig heeft. Want als er in het ergste geval kanker geconstateerd wordt, moet je wel al een vertrouwensrelatie met die patiënt hebben. Die mensen komen bij me terug en blijf ik zien. Die moet ik goed kunnen behandelen. Een deel van die behandeling is om openheid, eerlijkheid en veiligheid te creëren. Het is namelijk iets heel sacraals wanneer je een lichaam tijdens een operatie opensnijdt. Je onderbreekt de integriteit van iemands lichaam, daar moet je heel zorgvuldig mee omgaan. Dat is je plicht als dokter.”

Mensen moeten een grenzeloos vertrouwen in je hebben.

“Oh, ja, soms gaat dat heel ver. Ik herinner me dat ik als assistent in het ziekenhuis in Arnhem werkte. Nog een groentje was ik! Mijn allereerste patiënt was een allochtone man. Hij kwam de kamer binnen, deed de deur dicht, liet zijn broek zakken, wees op zijn geslachtsdeel en zei: ‘Loel kapoet, maken jij!’ Daar zat ik met al mijn gesprekstechnieken en een vuurrood hoofd. Toen ben ik snel mijn baas gaan halen.”

Is er een toename in bepaalde ziektebeelden?

“Ja, gek genoeg in het aantal nierkankers. We zien een toename omdat we ook veel meer echo’s doen voor allerlei andere onderzoeken. Bij toeval wordt dan kanker ontdekt. Bijvoorbeeld bij prostaatkanker zien we ook een toename omdat we veel beter kunnen detecteren, bloedtesten, mensen komen eerder, en niet te vergeten, mensen worden veel ouder. 80% van de 90-jarigen heeft prostaatkanker maar gaat er niet aan dood.”

Waar heeft die toename mee te maken?

Er zijn verschillende omgevingsfactoren die we nog niet helemaal in kaart kunnen brengen. Voeding kan een belangrijke factor zijn. In China bijvoorbeeld komt prostaatkanker veel minder voor. Gaat een Chinees emigreren naar Amerika met het Amerikaanse eetpatroon, dan zie je dat diezelfde Chinees het risicoprofiel van een Amerikaan krijgt. Met name dierlijke vetten en eiwitten hebben daar grote invloed op. En uiteraard heeft roken een verschrikkelijke uitwerking op je lichaam. Er is bijna geen orgaansysteem dat niet wordt aangetast door nicotine en teer.”

Altijd in ontwikkeling?

“Absoluut. Bovendien zijn mijn maten uit de maatschap mijn vrienden. We zijn een relatief vrij jong team, de oudste collega is 48 jaar. Wij willen altijd vooruit, ontwikkelen en nieuwe apparatuur aanschaffen. Gelukkig kan dat, omdat we zelfstandig werken. We hebben afgelopen week een Green Light Laser besteld, een gloednieuw apparaat waarmee je de prostaat kunt behandelen zonder te hoeven snijden. In heel Nederland zijn er maar drie van. We vinden dat de patiëntenzorg optimaal moet zijn, dat betekent dat je investeert, bij blijft en de nieuwste technieken beheerst.