Wibi Soerjadi 1

Wibi Soerjadi

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Muzikaal genie

Hotspots editie 17

Tekst: Lilian van de Kamp
Fotografie: Henk Merjenburgh

Dit jaar viert hij zijn dertig jarigjubileum. Pianovirtuoos Wibi Soerjadi (41) heeft al een behoorlijke carrière achter de rug en alles al bereikt wat hij wilde bereiken. Toch is hij nog lang niet klaar, want om zijn naam in de geschiedenisboeken te krijgen componeert hij tegenwoordig ook zijn eigen muziek. Op 31 maart geeft Wibi een concert in Cultureel Centrum Putten waar hij onder andere zijn eigen compositie Amor & Psyche zal laten horen.

Wat kunnen we verwachten van je concert?

“Dit jaar vier ik mijn dertigjarig jubileum als pianist. Ter gelegenheid daarvan heb ik in januari een groot concert gegeven in Carnegie Hall in New York. Tijdens mijn concert in Putten zal ik nagenoeg hetzelfde programma spelen, dus het is ontzettend leuk dat de bezoekers in Putten kunnen horen wat ik in New York heb gespeeld. Voor de pauze speel ik muziek van de grote oude meesters en componisten zoals Liszt. Na de pauze speel ik mijn eigen werk: mijn nieuwe compositie Amor & Psyche. Dat stuk heeft tot nu toe ontzettende veel teweeg gebracht en ik ben er zelf heel enthousiast over. Het bestaat uit negen delen en is gebaseerd op het oude liefdesverhaal van Amor en Psyche. ?De muziek vertelt het verhaal en daar worden mensen helemaal door meegesleept.”

Je hebt Amor & Psyche gecomponeerd in de periode dat je je gehoor kwijt was.

“Dat klopt, in die periode heb ik voor het eerst zo’n lange compositie gemaakt. Ik had maar één uitlaatklep en dat was paardrijden. Urenlange ritten maakte ik en steeds hoorde ik de muziek in mijn hoofd. Op die manier componeerde ik hele stukken en als ik thuiskwam schreef ik het snel op. Tijdens het paardrijden beleefde ik de muziek volledig. Als ik bezig was met een heftig stuk werd het ook een wilde rit. Daardoor is het een heel intuïtief stuk geworden. Ik vind het ook zo mooi geworden, juist omdat het zo intuïtief is.”

Dus je componeert zonder het te horen?

“Dat is het mooie, ik kan die muziek helemaal laten leven in mijn hoofd. Ik hoor het ìn mijn hoofd. Ik hoor exact hoe die muziek moet zijn, hoe de tonen moeten klinken en hoe de sfeer is. Ik vind het belangrijk om zelf ook muziek te schrijven, want dat is het gekke van deze tijd, de klassieke pianisten spelen allemaal muziek van dode componisten. Vroeger was het normaal dat je kon componeren én spelen, tegenwoordig heb je componisten die niet kunnen spelen en pianisten die niet kunnen componeren.”

Is het spannender om een eigen compositie te spelen voor publiek?

“Ja, want het is nooit perfect. Het grappige is dat als de compositie af is, je geen noot meer verandert, maar je bent nooit klaar om de perfecte uitvoering ervan te geven. En dat is het leuke van de combinatie: je schrijft het en daarna ga je het ook nog uitvoeren en verfijnen qua timing.”

Ben je meer gaan relativeren?

“Ja, zeker. Je komt erachter dat hele kleine dingen heel belangrijk zijn. Ik genoot van het leven, maar toen ik mijn gehoor kwijt was merkte ik dat niets mij meer blij kon maken. Zoiets vanzelfsprekends als je gehoor is zo essentieel voor mij, omdat ik mijn muziek anders niet kan beleven. Dat was voor mij het allerergste wat er was. Nu het, gelukkig, terug is, weet ik dat dingen als horen, zien, voelen en proeven de belangrijkste dingen in het leven zijn.”

Ben je achter de piano een andere Wibi?

“De grap is dat er twee Wibi’s zijn. Als ik speel voel ik me een paar duizend jaar oud. Dan beleef ik de muziek heel intens en voel ik haarfijn aan waar alles naar toe gaat. Als ik niet speel, dan ben ik actief en moet ik bewegen.”

Kun jij je eerste optreden nog herinneren?

“Ja, dat weet ik nog heel goed. Dat was op een festival in Rotterdam in De Doelen. Je kon je daar inschrijven voor een tientje en dan mocht je vijf minuten voor publiek spelen. ?De eerste keer achter een concertvleugel in een concertzaal! Ik was elf jaar en had op dat moment nog maar tien maanden les gehad. Ik kwam het podium op en zag een zaal vol mensen die gingen applaudiseren. Ik weet nog hoe grappig ik het vond dat ze stil en afwachtend werden toen ik achter de vleugel ging zitten. Vreemd, dacht ik toen, dat ik het moment kan bepalen. Daarna kwamen de eerste noten en ik speelde beter dan ooit. Ik vond het zo leuk om mijn muziek met zoveel mensen te delen. Ik had die pianopassie altijd voor mezelf gehouden en bij het concert kon ik dat ineens delen. Ik vond dat zo bijzonder. Na dat festival is het allemaal snel gegaan. Als ik nu terugkijk is er al zoveel gebeurd… Jeetje… Ja, wat wil je nog meer? Ik heb geen ambities meer voor prijzen die ik wil halen of plekken waar ik wil spelen, want dat heb ik allemaal al.”

Heb je op het gebied van compositie nog ambities?

“Ja, dat is wat ik nog wil doen. Nieuwe composities maken en vooral om nog meer mensen kennis te laten maken met deze muziek. Pianoconcerten zijn niet elitair, het is gewoon voor iedereen. Ik wil die drempel zoveel mogelijk verlagen, zodat mensen naar de concertzaal komen. Dat blijft de ultieme muziekbeleving, daar is het echt en beleef je de muziek helemaal zoals het moet zijn.”

In onze vorige uitgave interviewden we Jan Vayne. Jan denkt dat jullie bekend zijn omdat jullie opvallen. Hij door zijn lange haar en jij door je excentrieke gedrag…

Wibi moet vreselijk lachen: “Jan is toch ook excentriek door zijn lange haar? Ik denk dat het is omdat we allebei onszelf zijn. Jan is zoals hij is en doet verder geen aparte dingen. Ik ben ook gewoon zoals ik ben en doe me niet anders voor. Ik verstop niet wie ik echt ben. Toen jullie hier bij mij thuis de hal binnenkwamen zag je meteen wie ik ben. Het is klassiek, dat zie je. En ik houd van Disney en dat zie je ook. Er staat een vleugel, dat is muziek, en dat ben ik ook. Ik denk dat veel andere pianisten wat behoudender zijn, om het maar even zo te zeggen. Ik denk ook dat het publiek zich niet zozeer wil kunnen identificeren met iemand, maar dat ze het leuk vinden dat ze gewoon een mens zien.”

Je geeft ook masterclasses aan kinderen?

“Ja, geweldig. Dan lopen er drie dagen lang vijfentwintig jongeren hier op het landgoed. Weet je wat het leuke is? Van ‘s ochtends tot begin van de avond geef ik ze heel intensief les. Dan eten ze wat en daarna gaan ze allemaal lopen keten. Ze leven zich uit in de gameroom of in de filmkamer, alles wordt uitgeprobeerd maar na een tijdje kruipen ze toch weer achter de piano tot zeven uur ‘s ochtends. Dat vind ik zo leuk. Ik doe dan ook geen oog meer dicht, want ik hoor ze continue pianospelen.”

Klinkt als een feestje voor ze.

“Precies, ik had het erg leuk gevonden als ik vroeger zelf tussen deze kinderen had mogen zitten. Het enthousiasme van al die kinderen bij elkaar is zo geweldig. Ik had geen andere vriendjes met wie ik mijn passie kon delen. Het is juist zo leuk als je al die mensen met dezelfde interesses bij elkaar zet en het een grote familie wordt.”

Heb jij dat gemist tijdens je jeugd?

“Ik kon mijn enthousiasme niet delen met leeftijdgenoten. Ik klom natuurlijk ook wel eens met vriendjes in een boom ofzo, maar als ik begon over dat stuk van Beethoven, dan wisten zij echt niet waar ik het over had. Ik kwam ook al heel vroeg in een volwassen wereld terecht. Nu merk ik dat mijn vriendenkring uit mensen bestaat die veel ouder of veel jonger zijn dan ik. Leeftijd zegt mij niets. Toen ik elf was had ik vrienden van vijftig en van mijn eigen leeftijd, dat liep bij mij allemaal door elkaar. Mensen hebben een chronologische leeftijd en een sociale leeftijd. De laatste is veel belangrijker. Je bent tenslotte zo jong als je je voelt.”

En hoe oud voel jij je?

“Zoals ik al zei voel ik me heel oud als ik pianospeel, maar als ik niet speel ben ik zo ongeveer veertien. Ik heb niet het gevoel dat ik daarna nog veel veranderd ben. Ik heb natuurlijk wel een heleboel ervaringen erbij, dat is het voordeel van ouder worden. Met name deze ervaringen probeer ik over te brengen naar de kinderen van de masterclass, en dat werkt. Ik leer ze de techniek, de manier van denken, de manier van spelen, een andere manier van muziek benaderen. Een methode die voor iedereen geschikt is. Deze methode wil ik eigenlijk ook nog eens een keer uit gaan brengen, het is een nieuwe manier van pianospelen. Zoals mensen nu leren pianospelen is eigenlijk heel ouderwets.”

Zou je over 100 jaar bekend willen staan om je composities of om je pianospel?

“Het liefst allebei, maar goed pianospel kun je niet nalaten, composities wel. En wat ik ook heel belangrijk vind is mijn speeltechniek. Dat zou een mooie nalatenschap zijn.”