Tom Coronel 1

Tom Coronel

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Autocoureur in hart en ziel

HotSpots Editie 5

Kun je vertellen wat je allemaal doet?

“Goed, ik ben professioneel autocoureur, dat betekent dat ik de mazzel heb dat ik van mijn hobby mijn werk heb kunnen maken. Ik race over de hele planeet in het Wereldkampioenschap Tourwagens voor SEAT, van Brazilië, Mexico tot aan Japan. Je moet het zo zien, er zijn drie ?soorten wereldkampioenschappen: De Tourwagens, Formule 1 en Rally.
Tourwagens zien eruit als de personenauto’s op de weg. Dus niet de sigaren met vleugels en dat soort dingen. Met een SEAT Leon race ik tijdens de WTCC (World Touring Car Championship) o.a. tegen Alfa Romeo, BMW, Chevrolet en Honda. Van buiten zien die auto’s er hetzelfde uit als de personenauto’s, maar dan met een totaal andere ophanging, leeg van binnen, snellere motor, andere type grip en dat soort dingen.
Dat is de hoofdzaak, verder heb ik samen met mijn broer Tim nog een eigen team, daarin coach ik twee jongens van 16 jaar oud die de Suzuki Swift Cup rijden. En ik ben samen met een partner niet geheel onverdienstelijk druk bezig met onze winkel annex internetshops. We zijn begonnen in een garage met een paar tv’s die we goed konden inkopen en nu drie jaar later hebben we 14 man personeel en verkopen we voornamelijk online plasma tv’s, barbecues, autokinderstoeltjes, koffiezetapparaten en nog veel meer. De kracht van onze winkel is naast de prijs ook dat we alles op voorraad hebben.”

Druk dus

“Ja, ik ken ook geen weekend zoals andere mensen dat hebben, vrijdagavond naar huis gaan en zaterdag en zondag vrij zijn. Dat heb ik niet. Ik ben weinig op een vaste lokatie. Dat vind ik ook heel leuk, daar kies ik voor anders zou ik het niet doen. Mijn vriendin Pauline racet zelf ook, anders werkt het niet. Ik heb Pauline ontmoet op het circuit, de enige plek waar je mij altijd kunt vinden. Zij begrijpt dat ook van huis uit, dat is ons wereldje. Alles draait bij ons om het racen. We zijn er allebei in opgegroeid, haar vader heeft een circuit en een eigen team, mijn vader racete altijd en mijn opa Bertus van Hamersveld is zelfs nog bezongen door de band Normaal in de hit ‘Oerend hard’: ‘Bertus op z’n Norton en Tinus op z’n BSA’. Kortom mijn hele familie zat altijd al in de benzine, olie en rubber oproken enzo.”

Hoe zijn de contacten onderling met de coureurs?

“Goed, ik reis met die jongens over de hele planeet, maar als het licht uitgaat op het circuit dan ros je elkaar er net zo makkelijk vanaf hoor! Dan gaat iedereen door de geluidsbarrière.”

Altijd meedogenloos hard?

“Altijd meedogenloos hard,” bevestigt Tom. “Er kan er natuurlijk maar één winnen hé! Eigenlijk is het een soort van kill & attack. Je wordt met z’n allen in de arena gegooid en wie er het eerste uitkomt heeft gewonnen.”

En als je crashed?

Tom haalt laconiek zijn schouders op. “Ach ja, je maakt weleens een klappertje, maar voor ons is dat gewoon. Dat hoort bij het spelletje, net als een ruiter die van zijn paard afvalt.”

Hoe hard ga je gemiddeld?

“Dat hangt van het circuit af, op Monza voorbeeld, daar ga je gemiddeld 180 km maar dan zit je wel constant op de 240 á 250 km per uur. Het hardst wat ik ooit gereden heb was op Le Mans met Jan Lammers, daar reden we 340 km per uur!
Ik kan je vertellen dat je dan niet 10 meter te laat wilt remmen! Alles boven de 300 is heel erg spannend. Voor iedereen. Normaal kun je alle beelden nog waarnemen, boven de 300 ben je dat kwijt, dan krijg je een tunnel effect. Maar aangezien je weet wat je doet en belangrijker nog, omdat je alles zelf in de hand hebt, vind ik het nooit eng. Natuurlijk moet je geen klapband krijgen, in dat geval sla je echt wel even een kruisje.
Maar als ik daarna uitstap, geeft dat zo’n enorme kick, dat gevoel wat je hebt gehad om met je helm op buiten de cockpit te zitten, terwijl het lijkt dat die door de wind van je hoofd afgerukt wordt. Na afloop heb ik dan zoiets van: ‘F… ik reed daarnet 340 km per uur! Al m’n maatjes zitten in de kroeg net als vorige week vrijdag en de week ervoor, en ik heb weer iets unieks gedaan.’ Dat is te gek!”

Zoek je altijd je grenzen op?

“Ja, in alles. Dat is een levensbehoefte, die adrenalinekick, mijn lichaam vraagt daar gewoon om. Als het een tijdje rust heeft gehad, dan krijgt ik weer die drang. Het moet!”
Wat is het lekkerste van autosport?
“Mmm, het zijn een aantal dingen, ten eerste het gevecht met de bocht. Ik zie die bocht altijd naar me lachen. Dus op het moment dat ik die bocht induik, dan wil ik ‘m aanvallen, en als ik eruit kom denk ik: ‘Yes, I did it, ik ben er niet uitgevlogen.’ Daarnaast heb je twintig andere mafkezen om je heen, die hetzelfde willen doen, én dan heb je nog het gevoel dat het op de grens is. Dat maakt het spelletje leuk.
Ik word liever tweede na een megastrijd, dan dat ik met drie rondes voorsprong win. Daar is niks aan. Het gaat om die spanning, daar ben ik altijd naar op zoek, die limieten worden alleen alsmaar hoger en hoger.”

Train je?

“Ja, en nee. Je moet natuurlijk wel zorgen dat je fit blijft. Je kunt niet na een aantal rondjes zeggen, ik stop even want ik ben moe. Als je zakelijk een succes hebt geboekt, ben je in de zakenwereld succesvol, bij autosport ben je net zo succesvol als je laatste race. Wie denkt er nog aan bijv. Jacques Villeneuve? Niemand! Uit het circuit betekent wegwezen, next! Nieuwe helden, nieuwe ronden, nieuwe kansen. Je moet dus constant presteren! Daar zie je dus ook de killermentality. Je moet naast slim en handig ook een doorzetter zijn. Anders kun je het wel vergeten. Je doet mee om te winnen, je moet geen veldvulling zijn.”

Formule 1 ambities?

“Wel gehad, nu ben ik daar te oud voor geworden en ik heb de ambitie ook niet meer. Ik heb het helemaal naar mijn zin in de WTCC. Ik heb wel getest, en ben in alle klasse kampioen geworden, maar op één of andere manier is het niet gelukt. Ik denk dan altijd, het was niet de right time, the right place.”

Rijdt een Formule 1 auto heel anders?

“Nee dat maakt niks uit, het is toch niets anders dan een gas- en rempedaal, vier wielen en een stuur? Ik was tijdens het testen zeker niet onder de indruk van de grip, wel van de pk’s, maar het ging niet extreem harder dan wat ik op dat moment reed.”

Wat zou je nog willen doen?

“Ik wil nog naar de Noordpool. En de Dakar rijden, samen met Tim. Op het moment zijn we daar erg druk mee bezig. En dan vind ik het op dit moment wel even voldoende. Ik heb een dochtertje van twee en als ik had geweten dat dat zó leuk was, dan was ik er al tien jaar eerder aan begonnen.”

Is racen een mannensport?

“Nee, dat hoeft niet. Ik denk dat vrouwen het net zo goed kunnen als mannen. Bewijzen genoeg, Sandra van der Sloot heeft de Clio Cup gewonnen en mijn meisje heeft ook de laatste twee wedstrijden gewonnen. Alleen denk ik dat mannen wel iets harder, iets haniger zijn.
Ze hebben meer die straatvechtersmentaliteit. Als man ros je je tegenstander al van de baan af voordat een vrouw bedenkt dat het zou kunnen gebeuren. En doet zij het terug dan is een man niet te beroerd om haar drie keer terug te pakken. Naar mijn gevoel heeft een man net even iets meer lef, is wat feller, wat bijteriger. Ik ben ervan overtuigd dat vrouwen net zo goed kunnen rijden als mannen, maar je ziet in de top van de autosport dat vrouwen net dat laatste stukje killermentaliteit missen. Daarnaast is Formule 1 voor een vrouw fysiek niet mogelijk.”

Tot slot, hoe is je rijgedrag op de openbare weg?

“Laat ik het zo zeggen, ik rijd niemand in de weg”, grinnikt hij.

Ben je een bekende van de rijkspolitie?

“Oh ja, oh ja. Iedereen krijgt natuurlijk weleens een bekeuring en bij de één is ie wat hoger dan bij de ander. En ik kan natuurlijk niet bij mijn familie tijdens het kerstdiner vertellen dat ik een bekeuring voor 12 km te hard heb binnen gekregen. Dan word je gewoon onterfd!”