Theo Bos 1

Theo Bos

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

‘De Vuelta is mijn doel dit jaar’

Hotspots editie 14

Tekst: Lilian van de Kamp – Fotografie: Henk Merjenburgh

Lance Armstrong en de Tour de France. Die zijn me bekend, maar ik beken Theo eerlijk dat ik verder vrijwel niets weet van het wielrennen. Een goede binnenkomer voor een gesprek met de Hierdenaar die we treffen tijdens een van de zeldzame uren dat hij ‘thuis’ is. Hij begint te lachen om mijn verklaring. “Die wielrenners denken altijd dat de wereld om hen draait, maar het is wel verhelderend om te horen dat er dus ook mensen zijn die nog nooit van ze hebben gehoord!”

In de voorbereidingen naar de Vuelta heeft Theo al diverse malen een etappe kunnen winnen en blijft hij zich verbeteren, dus als hij zijn doel haalt, zouden we hem een dezer dagen op een podium plaats moeten zien verschijnen. “Dit is het moment waarop ik moet pieken. Ik ben inmiddels twee jaar actief als wegwielrenner en heb hier naar toe getraind. Dag in, dag uit op de fiets. Ik heb dan wel naam gemaakt als baanwielrenner, maar de weg heeft mij altijd al getrokken.”

Wat deed je besluiten de baan achter je te laten?

“Ze zeggen wel eens dat de weg naar de top het mooist is en dat is ook zo. Als je er eenmaal bent is het moeilijk om er te blijven. Het gaat op de baan om zulke kleine details. Het gaat om honderdsten van seconden en het komt allemaal heel precies. Ik was vijfentwintig. Dat is een mooie leeftijd waarop je nog niet te oud bent om wat anders te leren, dus vandaar dat ik toen die keus heb gemaakt.”

Hoe ziet jouw leven als wegwielrenner eruit?

“Van februari tot en met september is het een kwestie van fietsen, fietsen en nog eens fietsen. In oktober en november ben ik dan even van de fiets af. Dan ga ik lekker op vakantie. In die vakantieperiode kom ik zo’n vijf kilo aan. Mijn lichaam heeft dat ook nodig, het moet tot rust komen en herstellen van alle inspanningen die het hele jaar zijn geleverd. Zodra ik weer ga trainen zijn die extra kilo’s er zo weer af. Per jaar heb je als wielrenner zo’n zeventig tot tachtig koersdagen, de rest van de tijd doe je aan vormbehoud. Dit jaar is mijn doel dus de Vuelta, volgend jaar wil ik de Tour de France rijden.”

Fietsen is fietsen, maar de baan is niet de weg?

“Het is inderdaad iets compleet anders. Je begint op de weg weer vanaf nul. Iedereen heeft zo zijn specialiteit. Ik ben een sprinter, of ik nou op de baan of op de weg fiets. Dat zit in me en ik zal bijvoorbeeld nooit een klimmer worden. Het grote verschil is dat je op de baan eigenlijk maar een korte periode van inspanning levert.
Je begint fit, sprint dertig seconden en dan finish je. Daarna kun je weer herstellen. Op de weg moet je eerst 250 kilometer afleggen voordat je aan die dertig seconden sprint begint. Daardoor is het echt een uitputtingsslag. En dat is voor mij de grote uitdaging, iets compleet anders doen en daar goed in worden.”

Hoe voelt het als je na een lange rit de finish ziet verschijnen?

“Het is echt een slopend traject waarin het echt afzien is. Ik ben een sprinter, dus als de finish in het vooruitzicht komt en je rijdt voorin het peloton, dan gaat er een knop om en geef je alles. Je belandt in een soort roes of leegte, denkt nergens meer aan en alles lijkt vanzelf te gaan. Ik heb mijzelf daarin het afgelopen jaar overtroffen. Mijn lichaam is tot meer in staat dan mijn geest deed beseffen. Dat ik zo diep kon gaan, daar stond ik zelf versteld van. Ik wist niet dat dat er in zat.”

Eindelijk gefinisht en dan… de volgende dag weer die fiets op!

“Ja, dat is wel zwaar, maar niet elke rit is hetzelfde. Als het bijvoorbeeld een rit is waarin veel geklommen wordt en weinig gesprint, dan zorg je als sprinter dat je net binnen de tijd binnenkomt, maar dan spaar je je lichaam zoveel mogelijk.”

Hoe pak jij je ontspanning?

“Slapen, heel veel slapen. Ik moet minstens negen uur slaap hebben per nacht. Als ik thuis ben ga ik graag een kopje thee drinken met familie en vrienden of ergens een hapje eten.
Een bioscoopje pakken vind ik ook leuk. Maar voor een middagje winkelen hoef je mij niet mee te vragen. Dan spaar ik mij energie liever.”

Dus we zullen je niet in het uitgaansleven tegenkomen?

“Dat gebeurt vrij weinig. Maar ik moet ook toegeven dat ik er geen behoefte aan heb. Vroeger wilde ik nog wel eens uit gaan, maar nu loop ik er niet echt warm voor. Ik ben best wel saai.” vertelt Theo met een glimlach. “Het zijn opofferingen die je moet maken voor je sport, zolang je opofferingen het waard zijn, is het niet moeilijk. Wanneer je moeite gaat krijgen met de opofferingen, moet je jezelf afvragen of je er mee door moet gaan.”

Als je niet had kunnen fietsen, wat  was je dan gaan doen?

“Als je een sport bedoeld, dan was ik gaan schaatsen. Schaatsen en fietsen zijn de dingen die ik goed kan. En als ik een ander beroep had moeten kiezen?” Hij denkt even na en komt met een verrassend antwoord: “Vroeger wilde ik altijd geschiedenisleraar worden. Ik vond het  altijd een leuk vak, maar of het er nog van gaat komen? Ik denk het niet. Ik ben nu zesentwintig dus voorlopig kan ik nog even vooruit op de fiets en ik kijk niet te ver vooruit. De kans is groot dat ik toch in de sportwereld beland, want die ken ik tenslotte door en door. Het baanwielrennen blijft daarin voor mij een grote rol spelen, dus misschien dat ik daar ooit nog wel eens wat mee ga doen. In de toekomst wil ik ook nog graag een keer een wereldreis maken per zeilboot. Mogelijkheden genoeg dus, maar dat zien we dan wel weer. “

Een uitspraak van jou: “Als je eenmaal een keer wereldkampioen bent geweest, neem je geen genoegen met een tweede plaats.”

“Dit was een uitspraak die ging over de baan. Op de weg moest ik natuurlijk opnieuw beginnen, maar die instelling is weer terug. Natuurlijk weet je dat als je met iets nieuws begint, je niet meteen de beste of snelste kunt zijn. Nu, twee jaar later, heb ik al enkele etappes kunnen winnen en als je daar weer van hebt geproefd, wil je meer. Ik ben minder snel tevreden en besef me dat die drang om te winnen weer terug is.”

Is een wielrenner pas gelukkig als hij de Tour de France wint?

“Ik zou natuurlijk gelukkig zijn als ik die zou winnen, maar zelf haal ik mijn geluk niet uit de prestatie zelf. Ik vind het belangrijk dat je geniet van de weg er naar toe. Je stelt jezelf een aantal doelen en daar werk je naar toe. Je haalt het geluk uit het leven voor de sport en de kleine momenten. Vandaag heb ik bijvoorbeeld vier uur gefietst door de Flevopolder. Het was best wel afzien, maar ik heb er wel van genoten.”

En nu even over het fenomeen geschoren benen.

“Dat doen we niet omdat het er zo mooi uit ziet hoor.” zegt Theo, terwijl hij zichtbaar verbaasd is over deze vraag. “Het is vooral makkelijk. Onze benen worden bijvoorbeeld twee keer per week gemasseerd, dus dan is het wel praktischer als het glad is. En ook als je wonden oploopt met valpartijen herstellen deze zonder haar sneller. Dus er is wel over nagedacht. Of het ook met aërodynamica te maken heeft? Nee, volgens mij is het zelfs zo dat je dan beter niet kunt scheren.”