Silvester Zwaneveld 1

Silvester Zwaneveld

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Geen superheld

Hotspots editie 20

Tekst: Lilian van de Kamp
Fotografie: Heidy Bouw

Vrijdag 28 oktober is het zover: Silvester staat dan in Theater Harderwijk met zijn show ‘Het recht van de sterkste’. We kennen Silvester natuurlijk als cabaretier, maar dit multitalent maakt daarnaast onder andere theaterproducties, illustraties, animaties en schrijft ook nog eens een boek. “Ik zie mijzelf meer als een verhalenverteller. De vorm van het verhaal is alleen steeds anders.” We spreken Silvester tussen de theaterseizoenen door, midden in zijn zomervakantie.

Heb jij nu lekker vakantie?

“Ja, een beetje wel, maar het is niet zo dat ik niets doe. Een ijsverkoper verkoopt natuurlijk in de winter ook wel eens een ijsje. Het is zelfs zo dat ik deze zomer een week in België sta. Supertof. Ik ben anderhalf jaar geleden begonnen om ook België te veroveren. En dat gaat eigenlijk heel goed. Ik heb er komend seizoen dertig voorstellingen.”

Zijn Belgen een ander publiek dan Nederlanders?

“Oei, nu moet ik heel goed op mijn woorden passen. De humor is hetzelfde, maar stand up is daar nog een beetje beginnend. In Nederland denkt men vaak bij een comedian: Zullen we gaan kijken of gaan we liever ergens wat drinken? In België denken ze: Een comedian! En rent iedereen er naar toe. Dat is een hele prettige omgeving. Ze kennen mij daar ook nog niet, want mijn bekendheid stopt echt bij de grens, dus ik ben daar een nieuwkomer met vijftien jaar ervaring. Een hele prettige uitgangspositie, dus dat is heerlijk spelen daar.”

Je tweede seizoen met ‘Het recht van de sterkste’. Waarom moeten we komen kijken?

“Omdat jullie anders echt wat hebben gemist. Dit is mijn beste show ooit. Jochem Myjer belde mij omdat hij in het land hoorde dat mijn show de verrassing van het jaar was. Dat is natuurlijk heerlijk. Een groot compliment. Je voelt ook dat het publiek echt met enthousiasme naar huis gaat. Na afloop maak ik altijd even een praatje met de mensen, dat vind ik gezellig. Dan krijg ik echt terug dat ze het beter vinden dan wat ik met Arie en Silvester deed. Voller, groter en meer. Dat is natuurlijk fijn om te horen, dat je niet voor niets die afslag hebt genomen. Maar als je niet komt, dan mis je mijn beste show. Dat zou toch zonde zijn?”

Waar gaat de show over?

“Sinds Arie en Silvester ben ik inhoudelijk gaan werken, wat betekent dat er onder de grappen een dramatisch verhaal ligt. Maar dat ligt erónder. Dus het is tachtig procent, lachen, leuke dingen, hahaha, wat is dit tof. Dat lach-gedeelte is moeilijk om over te vertellen. Dat moet je zien, horen en meemaken. Het verhaal dat eronder ligt is natuurlijk makkelijker te vertellen, maar dekt slechts twintig procent van de show. Dat verhaal is bedoeld om de humor stabieler te maken en grootser, meeslepender. Humor gedijt heel goed in drama. Maar het gaat dus over de superheld die mijn zoon in mij ziet. Heel langzaam moet ik hem gaan vertellen dat ik dat niet ben. Zo erg zelfs dat ik mijn beste vriend die schizofreen was, niet heb kunnen redden terwijl hij mij om hulp vroeg. Ik kon niets. Een mooie dramatische lijn tegenover de superheldenstatus die ik nog voor mijn zoon heb. Dat link ik dan ook nog aan het feit dat wij evolutionair gezien ook geen helden meer zijn. Dat we misschien wel ooit op dat punt stonden, mooi afgetraind enzo, maar dat we eigenlijk voorbij de uiterste houdbaarheidsdatum zijn geschoten. Maar denk nu niet dat het een heel serieus, dramatisch programma is, want dat is dus absoluut niet het geval.”

Hoe ontstaat zo’n idee bij jou?

“Fascinatie eigenlijk. Ik lees veel, non-fictie, wetenschappelijk, natuurwetenschap en dat soort boeken. Cabaretiers zijn altijd weetjes-mensen hè? Ik denk dat iedere cabaretier wel een abonnement heeft op de Kijk of de Quest. Cabaretiers vinden het fijn om dingetjes te weten en onderzoekjes te hebben. Die eigenschappen heb ik misschien iets extremer. Ik haal er hele interessante dingen uit, waar ik weer grappen aan kan ophangen. Dan zijn het grappen, met een kern van waarheid, wat heel prettig is.”

Is solo inmiddels helemaal je ding?

“Dat was eigenlijk al vanaf het eerste moment zo. Ik heb meer dan twaalf jaar in het duo Arie en Silvester gezeten en ik was er toen ook wel klaar mee. Ik was er heel erg aan toe om weer mijn eigen ding te doen. Ik heb wel vijftien shows gemaakt, waarvan maar zes met Arie, maar dat met Arie is heel zichtbaar geweest voor iedereen, waardoor veel mensen niet weten dat ik zoveel meer gedaan heb dan dat. Ik was er heel erg aan toe om eens een keer een programma te maken zoals ik dat nu maak. Omdat ik dan geen concessies hoef te doen, geen compromissen hoef te sluiten. En dat heeft echt een enorme groei teweeg gebracht vind ik zelf. Nu ben ik veel meer met inspiratie bezig en minder met de automatische piloot.”

Wat jij doet met animaties is volgens mij vrij uniek op cabaretgebied?

“Ja ik zie het dus eigenlijk nog steeds bij niemand. Ik ben een matige 3D-er en ik ben een matige animator dus ik had allang verwacht dat ik links en rechts ingehaald zou worden door jongeren, maar dat gebeurt niet. In Het recht van de sterkste ben ik aan het improviseren met een digitale dinosaurus. Dan mag het publiek in gesprek met dat digitale beestje dat helemaal voorgeprogrammeerd is. En dat lukt. Weer heb ik een digitaal dingetje gevonden dat er nog niet is.”

Je wist al jong dat je het podium op wilde?

“Achteraf gezien wel ja. Maar daar kwam ik pas achter toen ik het daadwerkelijk ging doen. Ik was achttien en nog nooit in het theater geweest. Mijn toenmalige vriendinnetje nam mij voor het eerst mee naar het theater en ik was hooked. Wat die man daar op het podium deed interesseerde me eigenlijk niet zoveel, maar ik zag dat hele publiek voorover klappen van het lachen. Toen wist ik: dat wil ik ook! Zo’n zaal in je macht krijgen en daarmee doen wat je wilt is zo verslavend. Er is geen drug zo sterk als applaus. Ik dacht zelf dat die interesse dus daar was ontstaan, totdat ik een jaar of vijf geleden een oud klasgenootje van mij sprak. Hij vertelde dat ik op de lagere school al humoristische toneelstukjes maakte en daarvoor één keer in de maand de hele klas opeiste. Dat was ik helemaal vergeten. Maar nu zie ik dus dat die ambitie er al eerder was.”

Zie jij zoiets ook in je eigen kinderen terug?

“Mijn zoon wil heel graag ‘capperetier’ worden. Hij is nu zes en echt al bezig met grappen bedenken. En dat lukt hem ook nog. Actuele grappen over het nieuws, wat ik eigenlijk helemaal niet doe. Ik ben altijd ver van de actualiteit. Hij vindt dat mateloos interessant. Hij is al twee keer mee het podium op geweest, want mijn show gaat over hem. Hij vindt het fantastisch om mee te gaan en dan vraagt hij of hij ook het podium op mag. Bij deze show kon dat dus ook, omdat het inhoudelijk klopt. Hij mocht bij het eindapplaus opkomen, iets zeggen tegen het publiek en dan weer weg. Dat doet ie zonder moeite, zonder schaamte. Dus daar zit wel iets in ja.”

Ben je nou cabaretier, illustrator, animator of producent?

“Ik illustreer de kinderboeken van mijn vriendin en ben zelf een prentenboek aan het tekenen. Daarnaast ben ik een boek aan het schrijven, maak ik animatiefilmpjes en schrijf ik columns. Maar ik heb altijd het gevoel dat ik eigenlijk verhalenverteller ben en dat de vorm van dat verhaal wisselt. De ene keer kan ik dat verhaal in een film kwijt, de volgende keer in een animatie, dan weer in een tv-programma of een theaterprogramma.”

En je bent dus een boek aan het schrijven?

“Dat is naar aanleiding van een grapje uit mijn eerste show. Het grapje is: ‘Mijn vriendin is kinderboekenschrijfster en ik ben cabaretier, mensen vragen wel eens of we willen samenwerken. Maar dan zeg ik: dat lijkt me niet zo handig want voordat je het weet heb je Pluk van de slettenflat.’ Toen dacht ik, Pluk van de slettenflat is een leuke titel voor een boek. Ik vond mezelf geen schrijver, maar mijn vriendin vond dat ik het moest proberen. Binnen een half jaar had ik een verhaal. Een zwarte romantische komedie is het en ik hoop het boek volgend jaar af te hebben.”

Waar kun jij zelf heel hard om lachen?

“Er zijn een paar buitenlandse comedians waar ik erg om kan lachen. Billy Connolly is daar een van. Die heb ik een paar keer live mogen zien. Het is echt weergaloos wat die man doet. Die man heeft eigenlijk de anekdote tot kunst verheven, wat ik een hele fijne manier van vertellen vind. Je ligt echt constant blauw, maar er zit geen grap in. Heel knap. Ik zou graag willen dat ik dat kon. Verder lach ik ?eigenlijk voornamelijk met mijn kinderen en vrienden. Er zijn niet zoveel comedians meer in Nederland waar ik om moet lachen. Die doen natuurlijk een beetje hetzelfde als wat ik doe, dus dan kun je meerekenen, dan zeg je dat en dat en dan zul je wel dat zeggen. En als dat dan ook zo is, dan is het niet zo grappig voor me.”