Rintje Ritsma 1

Rintje Ritsma

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

De Beer van Lemmer

Hotspots Editie 12

Tekst: Lilian van de Kamp
Fotografie: Henk Merjenburgh

We spreken Rintje een dag na de paasraces op het circuit in Assen in een Grand Café in Lemmer. In zijn blauwe jas vol sponsorlogo’s komt de ex-schaatser binnen. De schaatsen heeft hij ingeruild voor een
stalen ros, maar lang niet iedereen weet dat. Gasten die ons gesprek volgen, trekken een wenkbrauw op als zij horen dat de ex-schaatser tegenwoordig op de motor racet.

Hoe ging het dit weekend?

“Ik had me gekwalificeerd als 32e, dat is een redelijk goede plaatsing in het middenveld, helaas kwam ik tijdens de wedstrijd niet verder dan de 37e plaats. Ik mis toch een stukje ervaring en merk dat ik zelfverzekerder race als het warm weer is. Dan heb ik het idee dat de band beter op het asfalt plakt, hoewel dat voor de ervaren rijders niets uit maakt. Het zit tussen mijn oren.”

 

Iets om aan te werken dus?

“Een winnaar zal ik nooit worden in de motorsport, dat besef ik mijzelf heel goed. Ik heb mijn bouw niet mee gewoon en ben laat begonnen, waardoor ik veel minder ervaring heb dan anderen. Maar ik beleef er ontzettend veel lezier aan. Niet alleen aan het racen, maar alles er om heen. Het gesleutel en de kleine dingetjes. Winnen is niet mijn doel, verbeteren wel. Zolang ik nog blijf verbeteren is het een uitdaging.”

 

Zijn er overeenkomsten tussen de schaatssport en het racen?

“Ja, zeker. Voor beiden geldt dat het een trucje is dat je onder de knie moet krijgen. Bij het motorracen weet je bij elke bocht wat je moet doen en hoe je het moet doen en dat is bij het schaatsen eigenlijk hetzelfde, alle bochten zijn identiek dus als je het eenmaal onder de knie hebt, is het een kwestie van het maximale er uit halen. En natuurlijk de adrenaline die door je aderen stroomt, dat is ook een grote overeenkomst.”

 

Ben jij iemand die adrenaline nodig heeft?

“Als je het zo vraagt is mijn eerste reactie nee, maar als je bekijkt welke sporten ik graag doe, racen, kitesurfen, windsurfen, denk ik toch dat het een ja is.”

 

Welke eigenschappen heeft een sporter volgens jou nodig?

“Doorzettingsvermogen is de belangrijkste. Je moet mentaal sterk zijn en er alles voor willen doen of laten. En dan bedoel ik niet dat je als een monnik moet gaan leven, want als je niets kan of mag doen, dan lijden de
sportprestaties er ook onder. Als het kan, is het goed om even een leuke avond te hebben. Dan kun je weer met frisse moed de volgende training in.”

 

Bezit jij die eigenschappen ook allemaal?

“Het doorzettingsvermogen zeker. En ik zorg er voor dat ik op de juiste momenten ontspan. Dus na een winterseizoen fanatiek bezig zijn met schaatsen, ga ik in de zomer lekker het water op en surfen. Dan is mijn kop weer helemaal leeg.”

 

Is winnen belangrijk?

“Uiteindelijk voor een stukje motivatie wel. Maar verbeteren is belangrijker. In mijn laatste jaren als schaatser wist ik dat ik geen kampioen meer kon worden, maar door toch nog te verbeteren in je trainingstijden, houd je het plezier er in. Als je ook in je training geen verbetering meer ziet, dan gaat de lol er af en gaat het frustreren.”

 

Volgens sommigen ben je te lang door gegaan met schaatsen. Wat vind jij daar zelf van?

“Ik vind dat niet. Veel mensen roepen dat je op je hoogtepunt moet stoppen, maar als jij een medaille wint op de Olympische Spelen, denk je geen moment: laat ik nu maar stoppen. Je bent op dat moment op je top, dus daar wil je zo lang mogelijk van genieten. Op het moment dat ik stopte waren er ook mensen die zeiden dat ik nog een jaar of twee jaar door had moeten gaan. Uiteindelijk was ik zelf degene die bepaalde wanneer ik voor het laatst de baan op ging.”

 

In de media werd je daarom ook wel als eigenwijs bestempeld.

“Ja, ik ben ook wel een tikkeltje eigenwijs. Ik denk dat het ook belangrijk is als sporter dat je zelf weet wat je wilt en zelf beslissingen kunt nemen en dat niet door anderen laat doen. Maar ik ben niet alleen eigenwijs. Vrienden zouden mij op de eerste plaats omschrijven als een levensgenieter. En iemand die zijn doelen nastreeft. Verder ben ik vrij rustig en zelfverzekerd.”

 

Hoe kijk jij terug op de Olympische Winterspelen in Vancouver?

“Het waren weer typische Olympische Spelen. Het is geen gewone wedstrijd en er gebeuren altijd weer onverwachte dingen. Het begon al met de temperatuur. Ik ben vanaf 1992 bij alle winterspelen aanwezig geweest en had dit nog nooit meegemaakt. Het leek wel lente. Daarnaast was er natuurlijk het hele gebeuren rond de foute wissel van Sven Kramer. En dan hadden we nog onze bobsleeër, Edwin van Calker, die zich terugtrok uit de wedstrijd.”

 

Jij was op dat moment teammanager van de bobsleeërs, was jij bij die beslissing betrokken?

“Op het moment dat Edwin die beslissing nam, zat ik bij de tien kilometer schaatsen te kijken. Dus ik was er niet bij. Van alle afdalingen die ze die week hadden gemaakt, waren er te weinig goed. Hierdoor was hij niet zelfverzekerd genoeg en dus durfde hij het risico niet te nemen. NOC*NSF en de sponsoren hebben er veel geld in gestoken en het is natuurlijk maar de vraag of zijn dat over vier jaar weer gaan doen. Ik ga binnenkort weer met de BSBN (Bob en Slee- Bond Nederland) om de tafel om dit en de gevolgen te bespreken.

 

Wat vind jij van zijn beslissing?

“Zelf vind ik dat je voor je gaat bobsleeën al de afweging maakt; Ga ik er voor of ga ik er niet voor? Zeggen dat je bang bent, kan in mijn ogen gewoon niet op zo’n moment. Zeg dan dat je ziek bent en met 40 graden koorts op bed ligt, dat wordt geaccepteerd, bang zijn niet. Als je gaat motorracen weet je ook van te voren dat er risico’s aan verbonden zijn, maar als je die risico’s niet wilt nemen, dan ga je niet racen.”

 

Heb jij geen last van angst?

“Op het circuit niet. Op de weg zie ik veel gevaren in de vorm van bomen, lantaarnpalen en vangrails. Ik rijd dus lekkerder op het circuit. Mijn ouders vinden het racen trouwens maar niets. Die komen ook absoluut niet kijken. Gelukkig vindt mijn vriendin het racen wel leuk en zij gaat dus ook vaak mee.”

 

Even terug naar het schaatsen. Is Sven Kramer de nieuwe Rintje Ritsma? Of is hij je al voorbij?

“Qua titels nog niet. Qua prestaties is hij nog jong en kan hij nog jaren vooruit, dus over een paar jaar is hij me wel voorbij. Een voordeel voor de generatie van nu is dat zij zijn opgegroeid met de klapschaats. Die intrede van de klapschaats is een behoorlijke stap geweest.”

 

Jij bent de grondlegger van de commerciële schaatssport zoals hij nu is. Ook een behoorlijke stap. Wat is er nu anders dan voorheen?

“Het is nu geaccepteerd, destijds was het vechten tegen de bierkaai. Inmiddels weet de KNSB (Koninklijke Nederlandse Schaats Bond) dat zij niet meer zonder kunnen. Het is een hele goede ontwikkeling geweest voor de breedtesport. Talent krijgt nu meer kansen.  hiervoor zat er vijf of zes man in de kernploeg en daarna kwam er niets. Probeer er dan maar eens voor te zorgen dat je in beeld kwam voor die kernploeg.”

 

Gaan we jou ooit nog terug zien op het ijs?

“Ik denk dat ik uiteindelijk wel weer op het ijs verschijn. Ik ben tenslotte een schaatser in hart en nieren. Mijn hart ligt op het ijs. Ik hoop later zeker weer iets te kunnen betekenen als technische ondersteuning. Maar geen wedstrijden meer voor mij, ik ben inmiddels veertig, dus dat is over.

 

Het leven begint bij veertig!

Is dat te oud voor een schaatser?
“Ik zou nog best een jaar of twee jaar kunnen schaatsen, maar als ik de rest van mijn leven ook nog leuke dingen wil doen, moet ik het laten. Door het schaatsen is mijn rug asymmetrisch belast, omdat we altijd linksom schaatsten. Naarmate ik ouder word, krijgt mijn rug het daar steeds moeilijker mee. Verder denk ik niet dat er veel gaat veranderen nu ik veertig ben. Ik hoop dat ik nog lang kan genieten van het leven.”

 

Heb je nog ergens een verborgen talent?

“Nee, volgens mij niet. Ik ben denk ik een bewegingstalent, want de meeste sporten die ik beoefen, doe ik redelijk goed. Mentaal kan ik gewoon ergens helemaal voor gaan.”

Welk misverstand bestaat er over jou?

“Dat ik de ideale schoonzoon ben! Dat ben ik helemaal niet.”

Tot slot, als je terugkijkt naar de afgelopen veertig jaar, waar ben je dan het meest trots op?

“Het feit dat ik ontzettend veel leuke dingen heb kunnen en mogen doen door het schaatsen. Dus eigenlijk mijn hele loopbaan. Van begin tot eind.”