Rens Plaschek 1

Rens Plaschek

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Geen brave fotograaf

Hotspots editie 31

Tekst: Lilian van de Kamp
Fotografie: Rens Plaschek

De Arnhemse Rens Plaschek (58) kreeg de passie voor het fotograferen met de paplepel ingegoten. Inmiddels heeft de fotograaf al vele mooie beelden geschoten. We bezoeken de fotograaf in zijn studio in het centrum van Arnhem, waar aan iedere wand foto’s prijken van bekende en onbekende mooie mensen.

“Fotografie heeft altijd een bepaalde aantrekkingskracht op mij gehad. Mijn vader fotografeerde veel in zijn vrije tijd en ontwikkelde de films thuis in de woonkamer. Dan gingen de gordijnen dicht en werd er rode verlichting in de lampen gedraaid. Het had iets mysterieus en spannends. En hoewel ik destijds niet snapte dat mijn vader soms een uur kon staan wachten tot een wolk zich op de juiste positie bevond, kan ik me dat nu wel voorstellen. De perfecte foto is soms een kwestie van geduld.”

Zelfreflectie

De perfecte foto. Plaschek heeft er inmiddels vele gemaakt, hoewel hij het woord zelf niet snel in de mond zou nemen. “Perfect is iets dat niet beter kan. De foto’s die ik maak kunnen altijd beter. Of ik kritisch op mezelf ben? Nee, dat valt wel mee, want goed is goed. Maar er is een verschil tussen goed en perfect.”

Plaschek’s bescheidenheid siert hem. Want dat hij goed werk aflevert blijkt niet alleen uit het feit dat wij onder de indruk zijn van prachtige foto’s, hij heeft ook diverse prijzen in de wacht gesleept. De belangrijkste voor zijn carrière was misschien wel de Camera d’Or van Kodak in 1987. “Ik heb na de Fotovakschool jarenlang bij een fotograaf gewerkt in Arnhem. Toen ik die gouden camera won, was dat voor mij het duwtje in de rug dat ik nodig had om voor mijzelf te beginnen.”

Zelf zit de fotograaf soms ook in de jury van een fotowedstrijd en de winnaars pikt hij er vaak zo uit. “Als je langs vijfhonderd foto’s loopt, weet ik meteen wie nummer één, twee en drie worden. Goede foto’s doen iets waardoor je iets langer bij ze stilstaat, ze moeten iets opvallends hebben. Dat is telkens weer mijn doel als fotograaf, een foto maken die opvalt.”

Het liefst een mens voor zijn lens

“Mensen vind ik het leukst om te fotograferen. Iemand moet er goed op staan. Een foto kan technisch gezien nog zo mooi zijn, als iemand er net lullig op staat is het alsnog een slechte foto. Het menselijke aspect is voor mij het belangrijkst.” Enkele van de bekendste portretten van Rens zijn de foto’s van de band Golden Earring met wie hij inmiddels een warme band heeft opgebouwd. “Ik moest ze destijds fotograferen voor hun kledingsponsor en heb ze uitgenodigd in mijn studio, sindsdien hebben we een goede band. Ze staan ook in mijn fotoboek And The Beat Goes On met ruim zeventig portretten van “ouwe Nederlandse rockers”. Muziek heeft voor mij altijd een belangrijke rol gespeeld in de fotografie. Ik heb veel concerten gefotografeerd en heb naast Golden Earring vele artiesten voor mijn camera gehad.”

And The Beat Goes On is niet het enige boek dat Plaschek publiceerde, ook heeft hij een fotoboek gemaakt over ‘the city that never sleeps’: New York & I. “In 1978 won ik voor het eerst een fotowedstrijd en kreeg ik als prijs een ticket naar New York met een paar overnachtingen. Toen maakte de stad nog niet zo veel indruk op me. In 2001 ging ik samen met mijn zoon weer terug. Vanaf dat moment begon de stad pas echt bij me te leven. In 2008 besloot ik er een fotoboek van te maken en ben ik nog een aantal keren teruggekeerd. Ik wilde daar natuurlijk onder andere 4th of July meemaken. Uiteindelijk zijn er zeventig foto’s van al mijn bezoeken in het boek gekomen.”

Elke dag een foto

Een ander bijzonder project van Rens is het fotodagboek dat hij bijhoudt op zijn website. “Zoals het bij een dagboek hoort, plaats ik dus elke dag een foto. Ik heb mijn camera altijd bij me. Dat heeft er voor gezorgd dat ik op een andere manier naar dingen ben gaan kijken en creatiever ben geworden. Leuk, want ik streef er altijd naar te blijven groeien. Ik heb mezelf altijd een beetje een brave fotograaf gevonden. Nu denk ik steeds vaker, doe eens gek!” En hoewel Rens al diverse fotoboeken op zijn naam heeft staan, wil hij zich absoluut niet meten aan fotografie-iconen als Erwin Olaf en Anton Corbijn die volgens hem ware kunst maken. “Wat zij maken is echt helemaal uitgedacht. Daar kan ik alleen maar naar streven. Mijn foto’s zijn geen kunstfoto’s, maar het is soms wel een hele kunst om ze te maken!”

Een portret van de koning

“Fotografie is… het belangrijkste in mijn leven.” Hij denkt even na, trekt een wenkbrauw op en vult aan: “Nee, dat klinkt niet goed. Het is ook niet het belangrijkste, want mijn gezin is natuurlijk veel belangrijker, maar fotografie heeft wel een hele belangrijke plaats in mijn leven. Het heeft me met allerlei verschillende, boeiende mensen in contact gebracht. Natuurlijk heb ik ook nog steeds dromen. Iemand die ik graag zou willen portretteren is onze nieuwe koning Willem-Alexander. Ik ben hier en daar wat lijntjes aan het uit leggen, dus het moet net een keer zo lopen… Maar dat gaat nog een keer gebeuren, daar ga ik voor!”