Pieter Derks 1

Pieter Derks

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Cabaret is als politiek

Hotspots editie 20

Tekst: Lilian van de Kamp
Fotografie: Henk Merjenburgh

‘Het werd ook wel eens tijd’ is de naam van Pieter Derks’ cabaretvoorstelling. Een titel die eigenlijk op het laatste moment uit zijn mouw werd geschud, omdat het wel eens tijd werd. “Het speelt geen grote rol in het programma, maar is vooral op mij van toepassing.” Wij vonden het in ieder geval wel tijd om Pieter eens wat beter te leren kennen.

Pieter Derks…

“Maakt klassiek cabaret van liedjes, verhalen en conferences. Ik probeer altijd een soort rode draad in het verhaal te krijgen. Daaromheen is het actualiteit en politiek wat er in terug komt.”

Het werd ook wel eens tijd?

“Ik begin altijd op het laatste moment. Dus tegen de tijd dat ik iets onderneem, staan meestal drie mensen langs de kant: “Het werd ook wel eens tijd!” Verder speelt het geen hele grote rol in het programma. Je moet dat een jaar van te voren bedenken en het moet gewoon iets zijn dat bij je past. In de voorstelling gaat het over de regeltjes. Over dat ik een, je ziet het wel, keurige jongeman ben, en altijd netjes doe wat er van me gevraagd en verwacht wordt, maar dat die regeltjes dan soms in de weg kunnen zitten. Nederland is het land van de regeltjes.”

Nieuws en actualiteit spelen een grote rol?

“De grote lijn ligt vast, maar daarbinnen heb ik eigenlijk altijd wel andere actuele dingetjes. Dus eigenlijk is iedere avond anders. Ik probeer dat ook met lokaal nieuws te doen, dus ik roep mensen op om echt onderwerpen uit hun dorp of stad op te sturen. (zie oproep) Dat mogen hele kleine dingetjes zijn, maar ook groot landelijk nieuws wat jullie intrigeert. Als ik in een dorp kom waar ik optreed, zie ik het theater, een pizzeria of een chinees waar ik dan even tussendoor ga eten, maar verder weet ik natuurlijk niet zoveel over de plaatsen waar ik kom. Ik vind het vooral leuk om mijn voorstelling een beetje aan te sluiten aan de plek waar ik ben en wat die mensen daar bezighoudt.”

Zoals wat?

“Ik krijg soms hele grappige reacties! Soms een heel dorp, dat zich bijvoorbeeld druk maakt over een tent op het marktplein. En dan krijg ik dus mail van de belangenvereniging van de marktbewoners en van de carnavalsvereniging en van de tentenbouwer. Iedereen is er druk mee. Dan neem ik al die mailtjes door en mensen vinden het altijd wel heel grappig als iemand van buitenaf zich daar echt in verdiept en uitzoekt hoe het zit en daar dan wat leuks over zegt.”

Heb je je al een beetje verdiept in Putten?

“Nee nog niet, ik hoop dat er een hele lijst met mailtjes binnenkomt, waar vanalles bij zit.”

Wat heb jij met politiek?

“Ik vind het een geestig thema. Omdat er elke week wel wat gebeurt en het is een leuke bron van heel veel onzin en tegelijkertijd een mooie kapstok om inhoudelijk dingen aan op te hangen. Het is ook een leuke mix van onzin, die tegelijkertijd altijd wel ergens over gaat. En dat is eigenlijk wat cabaret ook is, dus eigenlijk heeft het heel veel raakvlakken. Cabaret is als politiek. Er komt een hoop theater bij kijken.”

Hoe zou jij een avond bij jou in de zaal omschrijven?

“Een vrolijke avond met veel muziek, die ook wel ergens over gaat. Het is niet lang leve de onzin, maar ik probeer altijd wel door het nieuws de grote dingen des levens in aan te halen. Op een zo luchtig mogelijke manier, zonder al te veel wijzende vingertjes, maar door mezelf wel af te vragen hoe het nou eigenlijk zit.”

Je hebt inmiddels ook enkele prijzen gewonnen, is dat belangrijk voor een cabaretier?

“Ja, zeker in het begin. Het is gewoon heel belangrijk om een impresariaat achter je te krijgen. Dus bij de finales op die festivals komen alle impresariaten kijken. Ik had gelukkig al heel snel geïnteresseerden. Meneer Hummelinck van het impresariaat waar ik nu zit, kwam meteen die avond dat ik de finale had gespeeld naar me toe en vroeg of ik een keer langs wilde komen. Daar ben ik uiteindelijk ook terecht gekomen. En dat heb je uiteindelijk toch nodig om speelbeurten te krijgen. Zij doen de promotie en de boekingen bij de theaters.”

En toen moest je ook een programma bedenken.

“Ja daarna ben ik gaan touren en mijn eerste programma gaan maken. Ik ben niet iemand die zich opsluit in zijn kamertje en geforceerd iets kan maken. Dan maak ik wel iets, maar dat is niet voor iedereen leuk en zeker niet voor mijzelf. Ik moet juist naar buiten. Zoveel mogelijk leven, buiten zijn, mensen zien en voorstellingen kijken. Ik ben ook geschiedenis gaan studeren, om nog meer voeding te hebben. Dat heb ik ook echt nodig. Het wetenschappelijke en het theoretische vind ik heel erg leuk. De verhalen, de boeken en daarnaast het theater, die gevoelswereld van het spelen. Het trekt mij allebei heel erg.”

Tijd om Pieter nog beter te leren kennen. Dus ik heb wat tijd-vragen voor hem.

Waar maak jij graag tijd voor?

“Voor ontspanning moet ik echt tijd maken. Dan moet ik heel bewust kiezen voor een avondje naar de film of een boek lezen. Anders ga ik dingen half doen. Dan heb ik wel een vrije avond, maar ga ik tussendoor toch nog dingetjes doen. En mijn groentetuin, daar maak ik heel graag tijd voor. Ik heb een stukje grond van drie bij één en daar heb ik broccoli en spruiten en een kersenboompje. Ik ben heel druk om de slakken weg te houden.”

Ik heb de tijd van mijn leven als ik…

“Als ik op het podium sta en het voelt of het allemaal vanzelf gaat. Dat gebeurdt een paar keer per seizoen. Van die avonden dat het fijn voelt en het klopt. Dat je samen met zo’n zaal die avond op kan tillen. Dat is te gek.”

Ik heb de snelste tijd met…

“Praten. Ik heb soms in mijn programma zo’n hele lange zin, dat vind ik dan leuk, en dan probeer ik die er zo snel mogelijk uit te ratelen. Ik denk dat ik Matthijs van Nieuwkerk wel aan zou kunnen als het een wedstrijdje zou zijn.”

Als ik honderd jaar eerder geboren was…

“Honderd jaar geleden was een hele spannende tijd, zo rond 1900. Toen begon het cabaret net, dus dan had ik waarschijnlijk bij Eduard Jacobs of Koos Speenhoff in de zaal gezeten. En dan hadden zij mij misschien wel geïnspireerd tot het schrijven van allerlei teksten. En dan was ik een van de eerste Nederlandse cabaretiers geworden. En groenteboer. Een hele grappige groenteboer.

Als ik in de tijd zou kunnen reizen, ging ik…

“Ik ben heel benieuwd naar de zeventiende eeuw, want toen begonnen al die wetenschappers een beetje belangrijke dingen uit te vinden. Die wetenschappelijke revolutie, met bizarre experimenten en instrumenten en ontdekkingen. Waarschijnlijk is het nu achteraf op papier een stuk spannender, dan dat het op dat moment was. Het lijkt me een vleugje middeleeuwen met het begin van de moderne tijd.”

Ik mijn vrije tijd ga ik het liefst…

“Naar buiten. Maakt niet zoveel uit waar, het kan mijn eigen achtertuin zijn. Buiten vind ik het lekkerst om te zijn. Op een terras of fietsen of wandelen. Of in mijn groentetuin wieden.”

Tijd brengt raad?

“Nee dat is niet waar, want ik wacht daar altijd op. Ik stel beslissingen en moeilijke telefoontjes altijd uit. Ik wacht daar  zo lang mogelijk mee, omdat ik denk dat ik volgende week dan wel weet hoe ik daar mee om moet gaan. Dat blijkt dan nog steeds niet zo te zijn. Scherp nadenken en gewoon doen is altijd nog beter dan wachten op raad.”