Piet Schrijvers 1

Piet Schrijvers

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Ex-keeper

Hotspots editie 23

Tekst: Lilian van de Kamp
Fotografie: Henk Merjenburgh

De huidige jeugd weet misschien niet meer wie hij is, maar wie zich een beetje in de geschiedenis van het Nederlands voetbal verdiept komt tot de conclusie dat hij toch zeker thuis hoort in het rijtje van Hans van Breukelen en Edwin van der Sar: Piet Schrijvers (65), oftewel De Beer van de Meer.

Tweeëntwintig jaar heeft hij betaald voetbal gespeeld. Zo was hij van 1963 tot en met 1985 keeper bij onder andere FC Twente, Ajax en het Nederlands elftal. Hij speelde maar liefst 623 competitiewedstrijden en stond 46 keer in het doel van Oranje. Tot op heden staat hij in de top vijf van de beste keepers van het Nederlands elftal, aller tijden. De ex-keeper woont al jaren in Ermelo en na verschillende gesprekken in de sportschool met een van onze Hotspots-collega’s worden we uitgenodigd om eens bij hem op bezoek komen.

Het is een grijze dag, maar zodra de deur van huize Schrijvers open gaat, staat daar een vrolijke man met felblauwe ogen. We nemen plaats aan de eettafel waar Piet’s vrouw Cathy ons voorziet van koffie en thee met een gevulde koek. Piet is net terug van vakantie en bruist van energie. Inmiddels heeft hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en is hij afgelopen jaar aan zijn beide knieën geopereerd, maar stilzitten? “Liever niet. Ik ben veel te ambitieus om niets te doen.”

Operatie op tv

De operatie aan een van zijn knieën hebben we vorig jaar op televisie kunnen zien, in het programma Dit is mijn Lijf. Zelf heb ik op het moment van opereren toch even weggekeken van het scherm, maar Piet was gewoon bij kennis tijdens de operatie. “Ik had gekozen voor een ruggenprik, dus ik maakte de operatie gewoon mee. Achteraf gezien had ik deze operatie veel eerder moeten doen.” De reden van zijn versleten knieën hoeven we niet eens meer te raden. “Natuurlijk komt het door het voetballen. Ze hebben vele opdonders gekregen.”

Weer op de been

Piet werkt momenteel aan een revalidatieprogramma en is inmiddels weer bijna de oude. Misschien zelfs wel een verbeterde versie van de oude. “Ik ben iemand die ook graag een dagje gaat golfen. Maar voorheen had ik na een dag op de baan toch wel last van mijn knieën.

Inmiddels heb ik na een dag golfen geen pijn meer, dus nu merk ik pas hoeveel last ik er toen van had.” En nu hij weer helemaal op de been is, staat hij weer open voor voetbal. “Ik heb wel weer zin om een nieuw cluppie te trainen of coachen. Ik houd niet van stilzitten.”

Team met een doel

Piet is in het bezit van alle benodigde diploma’s en heeft al heel wat ervaring als trainer en coach achter de rug bij nationale en internationale clubs. Die ervaring wil hij graag inzetten. “Ik ben op zoek naar een ambitieuze ploeg. Dus of het nou amateur is of betaald voetbal, ze moeten een doel hebben. Zo was het laatste team wat ik trainde een vierde klasser, die graag eens een keer kampioen wilde worden. Dat vind ik leuk, een uitdaging. Ik wil geen ploeg trainen die als doel heeft om ergens in de middenmoot te belanden.” Uiteindelijk is het Piet gelukt. Het team werd kampioen dat jaar. “Maar het jaar erop hadden ze er allemaal niet zoveel zin meer in om door te gaan op dat niveau. Hun doel was bereikt. Dus toen ben ik opgestapt. Ik ben iemand die met plezier iets wil doen en zodra ik niet meer fluitend aan het werk ga, dan stop ik ermee.”

Voetballende keepers

Als ex-keeper weet hij zelf hoe belangrijk de rol is van een doelman is binnen een team. “Ik vind dat de keepers van nu niet te vergelijken zijn met keepers van mijn tijd. Tegenwoordig willen veel clubs een voetballende keeper hebben. Maar keepers die èn goed een bal uit het doel kunnen houden èn ook goed kunnen voetballen bestaan bijna niet. En dan zeggen ze dat Van der Sar een voetballende keeper was en Waterreus, maar deze jongens waren geen voetballende keepers, die hadden gewoon een goede uittrap.”

Jeugdopleiding

“Naar mijn mening wordt er tegenwoordig niet goed genoeg meer getraind op het tegenhouden van een bal. Maar dat moet je aanpakken bij de jeugd. Jeugdkeepers moeten beter opgeleid worden, daar moet meer aandacht aan besteed worden.”

Opvallend vindt Piet ook dat veel voetbalclubs in het betaald voetbal de keepers uit hun eigen jeugdopleiding niet meer inzetten. “Als je zelf mensen opleidt en vervolgens keepers ergens anders vandaan gaat halen, dan doe je toch iets niet goed? Keeperstraining is een specifieke training. Je moet ze een uur, anderhalf uur afbeulen, op een verantwoorde manier natuurlijk. Dat betekent door het slijk gaan en alle kanten uitvliegen, zodat je een mentaliteit krijgt dat je elke bal moet hebben. Dat mis ik in de huidige keepersopleidingen. Ik heb liever een keeper die heel onorthodox is, maar elke bal er uithaalt, of dat nou met zijn oren, zijn neus of zijn grote teen is, dan eentje die hartstikke mooi kan zweven om de moeilijkste ballen te pakken, maar de makkelijkste laat gaan.”

De Beer van de Meer

Toen Piet bij Ajax speelde kreeg hij al snel de naam De Beer van de Meer. Door zijn indrukwekkende postuur en zijn bulderende stem, maakte hij veel indruk. En tegen-spelers moest soms maken dat ze wegkwamen als hij sprong om een bal te pakken, want anders konden ze nog wel eens ‘per ongeluk’ geraakt worden. “Ik was een keeper waar altijd geluid uit kwam en de spelers die hoorden het als ik er aan kwam. Aanvallers die er langs probeerden te komen nam ik gewoon mee.

Op een gegeven moment kregen de tegenspelers daardoor ook respect voor je. Als je de bal wegslaat en even je elleboog uitsteekt, dan ziet niemand dat. Maar als iemand met zijn hoofd tegen die elleboog komt, dan ligt het open. Daar kon ik niets aan doen. Er zijn toch wel verschillende spelers die met een gescheurd wenkbrauwtje het veld af zijn gegaan in die tijd”, vertelt hij zonder schaamte. Over zijn latere bijnamen als Het Lek van Pek en De Bolle van Zwolle, hebben we het in zijn enthousiasme maar niet gehad.

Imposant

Nu heb ik nooit een wedstrijd gezien van Piet Schrijvers, omdat ik zelf meer van het Edwin van der Sar tijdperk ben, maar de man die tegenover me zit, vind ik toch niet zo gevaarlijk overkomen, als hij in de verhalen wordt afgeschilderd. Ja, hij is lang, maar niet zo lang als Van der Sar of Stekelenburg. En ja, hij is wel breed, maar een beer?

De vergelijking die sommige mensen maken met de derde keeper van Ajax Jeroen – Pizza – Verhoeven ontgaat mij ook een beetje. Al met al komt Piet vooral over als een aardige, imposante, gezonde Hollandse vent, die houdt van hard werken en nog veel te veel energie heeft om met pensioen te gaan. Dus ik ben benieuwd waar we hem binnenkort gaan terug zien langs de lijn. Go Piet!