Peter R. De Vries 1

Peter R. De Vries

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Al meer dan 30 jaar misdaadverslaggever

Hotspots Editie 7

U bent al meer dan 30 jaar misdaadverslaggever, is dat altijd uw passie geweest?

“Nee hoor, mijn hart gaat het meest uit naar sport. Ik oefen mijn vak van misdaadverslaggever met heel veel inzet en liefde uit, maar als je vraagt waar ik echt warm voor loop is dat toch sport. Je mag mij altijd storen behalve onder Studio Sport op zondagavond.”

Heeft u nooit sportverslaggeving geambieerd?

“Nee, ik doe wel wat, zo ben ik bijvoorbeeld analist bij een regionaal tv programma. Maar verder heeft de sportjournalistiek me nooit zo getrokken. Ik zie het niet zitten om als volwassen man te moeten bedelen om een interview met een jongen van 19 die eigenlijk niks te vertellen heeft.”

Hoe is de misdaadverslaggeving ontstaan?

“Ik wilde vanaf de lagere school al journalist worden. De term misdaadjournalistiek bestond nog niet, maar ik was er wel in geïnteresseerd. Ik ben begonnen als algemeen verslaggever bij de Telegraaf. Gaandeweg heeft het zich zo ontwikkeld dat ik alleen nog maar misdaad deed en dat anderen mij die term misdaadverslaggever opplakten.”

Heeft het te maken met een sterk ontwikkeld gevoel voor recht en onrecht?

“Ja in mijn geval zeker. Dat is mijn drijfveer. Dat is ook de reden dat ik me 7 jaar lang heb vastgebeten in de Puttense moordzaak. Ik zag dat het niet klopte en ik vond dat ik daar niet aan voorbij mocht gaan. Je kan niet constateren dat iets niet klopt en vervolgens doorgaan met een ander onderwerp. Dan ben je geen knip voor de neus waard. Ik denk dat ik in mijn leven, naast mijn woonplaats, het meest in Putten ben geweest.”

Hoe is die ontwikkeling nu?

“Hij nadert nu zijn eindfase, en ik ben bij elke hoorzitting in Zutphen aanwezig omdat ik persé wil zien dat nu alles wel goed gaat. Ik zet alles opzij om daarbij aanwezig te zijn.”

Inmiddels is de passie voor journalistiek gecombineerd met het televisieprogramma Peter R. de Vries, misdaadverslaggever.

“Ja, maar ik verzet me altijd tegen mensen die zeggen dat ik een ster ben. Daar houd ik helemaal niet van, ik ben van huis uit schrijvend journalist, heb inmiddels tien boeken geschreven en pas de laatste jaren doe ik mijn kunstje op tv. Dat brengt met zich mee dat veel mensen je herkennen, maar in wezen deed ik dit werk al heel erg lang. Ik voel me dus absoluut niet verwant met die Hilversumse sterrenwereld, je zult me ook nooit tegenkomen op één of andere première.”

Zijn er zaken die vanuit een bepaald principe niet op televisie worden behandeld?

“Ik ben zelf niet zo erg geïnteresseerd in drugszaken en die doe ik dus ook niet, dat vind ik zonde van de tijd. Verder sta ik wel voor alles open maar het moet natuurlijk wel geschikt zijn voor tv. Persoonlijk vind ik fraudezaken erg interessant, maar dat valt vaak moeilijk in beeld te brengen. Dat heeft te maken met postbussenfirma’s en Antillen routes enzovoort, als je dan probeert een BTW fraude probeert uit te leggen, is dat moeilijk over te brengen.”

Beperkt u zich tot Nederlandse zaken of zou de verdwijning van het Engelse meisje Madeline uit Portugal ook door u onderzocht kunnen worden?

“Misschien dat ik daar ooit nog eens iets aan doe, maar niet zolang de rest van de pers erop zit. Vaak ontferm ik me over zo’n zaak als niemand er meer
iets in ziet en de meeste belangstelling is weggeëbt. Dan kom ik meestal kijken, dat vind ik interessanter. Ik zit bijvoorbeeld ook niet bij het proces tegen Holleeder. Netwerk, Nova, Eén Vandaag, Nos journaal, iedereen zit daar al en ’s avonds gaan ze allemaal hetzelfde herkauwen. Dat vind ik zonde van mijn tijd, dat doe ik niet. Ik volg het allemaal wel, maar om er nou als een soort boekhouder bij te gaan zitten en te noteren wat iedereen noteert, daar pas ik voor.”

Gelooft u dat de paranormale wereld een zaak kan helpen op te lossen?

“Nee, helemaal niet. Ik geloof daar niet in, heb het vaak onderzocht en veel mee te maken gehad maar ik heb nog nooit meegemaakt dat een paragnost een zinvolle bijdrage aan een onderzoek heeft geleverd. Wel het tegendeel, dat ze mensen valse hoop gaven, of politie aan het werk zetten met verkeerde informatie en dus eerder als stoorzender werkten.”

Gaat u zelf weleens op uw gevoel af?

“Ja hoor als zesde zintuig, maar altijd in combinatie met kennis en ervaring. Als je die niet hebt en denkt dat je alleen op je gevoel iets kan, ga je ontzettend de mist in.”

U heeft in uw carrière meer dat 470 moordzaken onderzocht en duizenden dossiers gelezen. Is de mens in z’n diepste wezen goed of slecht?

”Slecht. In mijn ogen is de mens geneigd tot al het kwade zonder scrupules. Vanuit angst voor de sociale controle gedragen veel mensen zich netjes, maar dat is gecalculeerd, dat is berekend. Niet omdat ze vanuit hun hart zo nobel of goed zijn maar omdat ze bang zijn wat de buren of collega’s er van kunnen zeggen. Dat hoeft natuurlijk niet alleen misdaad te zijn maar ook moreel verwerpelijk gedrag valt hieronder. Je hoeft niet noodzakelijkerwijs een misdaad te plegen om een slecht mens te zijn. Dat zit gewoon in de mens. In oorlogsituaties waarin geen eten is of andere voorzieningen, komt de werkelijke mens vaak boven. Nu zie je dat niet omdat het vrede is, maar ik ben ervan overtuigd dat in benarde situaties de mens heel anders is. Wij kunnen het ons nu permiteren om netjes en sociaal te zijn omdat we genoeg hebben.”

U lost ontzettend veel zaken op, bent voor veel mensen het laatste redmiddel, hebt bovendien een Emmy award ontvangen, bent door JFK magazine uitgekozen als Man of the Year. Kunt u ooit afstand nemen van dit vak, zou u nooit willen stoppen?

“Jawel, misschien stop ik inderdaad wel over een paar jaar of eerder met het maken van het programma. Het is heel intensief werk met een grote redactie
van 18 man. Dat sluit niet uit dat ik iets anders ga doen. Misschien ga ik verder met boeken schrijven of ga ik voor een krant werken. Maar wat ik nu doe is ontzettend intensief werk.”

Er zullen dan vreselijk veel mensen zijn die uw hulp missen, kunt u uw kennis doorgeven?

“Er zijn in mijn redactie natuurlijk mensen die ook veel kennis hebben opgebouwd maar dit is heel erg persoonlijk. Ik doe dit vak nu 30 jaar en ik ken niemand die dat met dezelfde inzet heeft gedaan.”