Paul Groot 1

Paul Groot

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Als Adele Bloemendaal

Hotspots editie 29

Fotografie: Leo van Velzen

Paul Groot begon zijn carrière begin jaren negentig in de soapserie GTST. Maar al snel werkte hij als tekstschrijver voor ‘Dit was het nieuws’ en als cabaretier in ‘Kopspijkers’. Zijn imitaties van half bekend Nederland zijn legendarisch en al sinds 2004 in het programma Koefnoen te zien.

Op dit moment kruipt hij samen met Sanne Wallis de Vries in de huid van Adèle Bloemendaal. De show is een afwisseling van sketches, verhalen over het leven van Adèle, originele liedjes en nieuwe teksten.

Waarom juist Adèle Bloemendaal?

“Adèle is de ideale vrouwelijke komiek voor mij. De lach aan d’r gat, brutaal, sexy, maar met een neus voor kwaliteit. Een unieke vrouw. Ze verdient een hommage. En haar oeuvre verdient een nieuw publiek.”

Waarin is zij een voorbeeld voor je?

“Ze heeft toen ze rond de vijftig was, het roer radicaal omgegooid en zelf het heft in handen genomen. Ze baalde van de slechte scripts die ze in de bus kreeg, verzamelde de beste tekstschrijvers van Nederland om zich heen en liet voortaan one-woman-shows op maat schrijven.”

Zijn er dingen van Adèle die je herkent in jezelf?

“Adèle hield niet van improviseren, ze was bang dat het niet goed genoeg zou zijn als ze ‘haar bek een douw gaf’. Dat herken ik wel. Ik werk het liefst met een van a tot z uitgewerkte tekst. Maar voor het overige zijn er meer verschillen dan overeenkomsten. Adèle is altijd een lefgozer geweest. Ik ben wat voorzichtiger van aard.”

Wat maakt jou en Sanne Wallis de Vries een goede combi?

“We werken al zo’n tien jaar af en aan samen, in Kopspijkers en Koefnoen. We kunnen goed door één deur. Sanne is een zeer eigenzinnige, geestige cabaretiere. Ongegeneerd. Niet bang om iets uit te proberen. En onze stemmen blijken heel mooi te mengen.”

Heb je niet de behoefte om een ‘serieuze’ rol te spelen?

“Een comedyrol benader ik ook als een serieuze rol. Dat is voor mij de enige manier om er grond in te krijgen. Anders wordt het bekkentrekken zonder enige bodem. Dat is in mijn ogen niet grappig.”

Waar haal je de meeste voldoening uit tijdens je werk? Waar word je het gelukkigst van?

“Het lekkerste is toch een zaal aan het lachen maken. En met elke voorstelling te ontdekken hoe je meer en meer uit hetzelfde materiaal kunt halen. Maar de leukste rol ooit was Heer Farquaad in Shrek. Wat heb ik dáár een lol mee gehad. Een eigengeilerig potentaat op zakformaat met een soort muppetbeentjes waardoor elke stap veranderde in een grap. Leukere rollen worden nauwelijks geschreven. “

Je schrijft ook veel teksten voor anderen. Heb je getwijfeld aan voor of achter de schermen?

“Nee, ik heb altijd wel naar de combinatie van schrijven en spelen gestreefd. Alleen schrijven wordt me te solitair. Maar als ik dag in dag uit aan het spelen ben snak ik soms weer naar het monnikenbestaan dat ik bijvoorbeeld leidde tijdens het schrijven van de VPRO-jeugdserie ‘Zaai’. Hele dagen op sokken achter de computer. Heerlijk. “

De voorstelling Adèle is ter gelegenheid van haar 80ste verjaardag. Vind jij het erg om ouder te worden?

“Nee, ik ben eindelijk een groot deel van mijn verlegenheid en onzekerheid kwijt, waar ik in mijn jeugd best last van had. Wel is het jammer om te merken dat 25-jarigen – ik wil niet zeggen ‘je een ouwe lul vinden’ – maar je toch echt tot een andere leeftijdsgroep rekenen.“

Zou jij cosmetische chirurgie of bijvoorbeeld botox overwegen? Ben je ijdel?

“Niet ijdel genoeg om in me te laten snijden of gif onder gezichtsspieren te laten spuiten. Voor mannen is het allemaal een stuk makkelijker. Ik begrijp best dat vrouwen het lastig vinden om de boel te zien instorten.“

Wat voor jongen was jij toen je jong was?

“Dromerig, creatief, graag alleen. Een goochelaar, tekenaar, marionettenmaker. En later op de middelbare school amateurtoneelspeler.”

Als je terugkijkt naar je jeugd, welk moment zou je dan over willen doen?

“Ik ben niet zo’n terugkijker. En ik ga ook niet gebukt onder spijt, dus wat zal ik een moment over gaan doen? Dat lijkt me alleen maar extra werk. Voorwaarts! ‘Op groot lef!’, zou Adèle zeggen.”