Martine Sandifort 1

Martine Sandifort

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Hulphond

Hotspots editie 27

Tekst: Lilian van de Kamp
Foto: Bob Bronshof

Er was eens een meisje, dat opgroeide in een plaats hier niet zo ver vandaan: Nunspeet. Ze was creatief en wilde graag het theater in. Dat deed ze en daarna was ze ook regelmatig te zien op televisie. Inmiddels kennen we Martine Sandifort dus onder andere van haar typetjes in Koefnoen, Klokhuis, Villa Achterwerk en Dr. Ellen. Op 10 november is zij terug in Nunspeet met de voorstelling Hulphond, waarin ze een duo vormt met Remko Vrijdag.

Martine woonde van haar vierde tot zeventiende in Nunspeet en omdat ze van theater hield, deed ze mee aan het toneel en cabaret op haar middelbare school RSG ’t Slingerbos in Harderwijk. Eenmaal van die wereld geproefd, wilde ze ermee verder en vertrok Martine naar Amsterdam voor de Theaterschool en Kleinkunstacademie. Daar kwam ze in de klas bij onder andere Remko Vrijdag (De Vliegende Panters). Op tv kruiste Remko’s pad dat van haar diverse keren, maar pas dit jaar staan zij voor het eerst samen in het theater.

Jullie zijn een kersvers duo?

“We kennen elkaar al sinds 1991 toen we bij elkaar in de klas kwamen. Daar ligt onze basis. In het vak zijn we elkaar pas wat later tegengekomen. Ook omdat we ieder ons eigen ding hadden in het theater of op televisie. We werkten voor het eerst samen bij Klokhuis, toen ComedyLive en bij Vrijdag op maandag. We hadden daar een leuke klik en toen ontstond het idee om eens samen iets te doen in het theater. De basis is toch vooral lol hebben met elkaar. En we kennen elkaar door en door, mede door de opleiding die we samen hebben gevolgd. Dat is niet van tralala… Hoewel, die mannen hoefden nooit te janken en die vrouwen allemaal wel. Dus misschien heb ik Remko niet zo goed leren kennen als hij mij…”

Het is een tijd geleden dat je in het theater te zien was.

“Zeven jaar geleden heb ik voor het laatst in het theater gestaan met Alex Klaasen en sindsdien werkte ik voor televisie. De behoefte was er al die tijd ook eigenlijk niet. Ik vond die regelmaat van televisie heel prettig. Ik heb jaren Kopspijkers gedaan en dan had je een vast werkritme, terwijl je met een populaire cabaretsetting toch vaak al snel vijf, zes keer in de week speelt. Dus bij deze tournee heb ik er wel op gehamerd dat ik er niet meer dan drie in de week wil.”

Spannend om weer met publiek te spelen?

“Absoluut. Op De Parade hebben we try outs gedaan en ik kon het nog! Daar was ik blij om. Weet jij veel of je grap werkt. De reactie van het publiek is heel direct, hoe voelt dat ook alweer? Sowieso moesten we even aanvoelen hoe wij met elkaar waren op het toneel. Werkt dat wel? Maar dat doet het volgens mij. We hebben heel veel enthousiaste reacties gekregen dus ik verwacht dat mensen een leuke avond gaan hebben.”

Waar gaat Hulphond over?

“Het is wel een voorstelling met een boodschap, maar wat die is… Ik weet het niet! Die moet je er zelf maar uit zien te vissen. Verder is het een aaneenschakeling van scenes en liedjes. Ongepolijst, ruig en een beetje soul. Een lach en een traan. We spelen allerlei verschillende types, dat is natuurlijk onze kracht, maar het is ook een hele muzikale voorstelling. Typetjes klinkt soms een beetje plat, maar het zijn scenes uit het leven gegrepen en soms ook heel absurdistisch. Wat man-vrouw dingetjes, relatieperikelen worden niet geschuwd. Dat is natuurlijk ook wel leuk omdat we man tegenover vrouw zijn en die combinatie zie je over het algemeen niet zoveel in het cabaret. De naam Hulphond komt van een scene die we spelen over een vrouw die graag een hulphond wil, omdat ze gewoon een hekel heeft aan alle klusjes in huis. Zij is haar man ook als een soort hulphond gaan zien. Maar dat is dus slechts een deel van de vele typetjes die we spelen.”

Waarom moeten wij komen kijken?

“Omdat wij dan geld verdienen en onze hypotheek kunnen aflossen… Nee, flauw. Ik denk als ik onszelf niet zou kennen dat ik hier wel naar toe zou willen. Het zijn twee mensen die heel erg veel kunnen en van het een in het ander springen. Het is amusant en hilarisch. Horen wij dan, want dat zeg je niet van jezelf.” Remko roept op de achtergrond: “Ik heb sinds Hans Teeuwen niet meer zo gelachen. Dat heb ik al een paar keer gehoord. En het heeft dus ook nog inhoud en het verandert je leven!” sluit Martine lachend af.