Marco van Turnhout 1

Marco van Turnhout

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Jager

Hotspots editie 15

Tekst: Lilian van de Kamp – Fotografie: Eigen

Geweien aan de muur, dierenhuiden op de bank en terwijl er jonge jachthondjes door de woonkamer scharrelen, kijkt een opgezette vos me vanuit de hoek aan. De woning van familie Van Turnhout is een echte jagerswoning.

Hoe ben je zelf met het jagen in aanraking gekomen?

“Als kleine jongen was ik al vroeg actief bij een schiet-vereniging. Het werken met dat gereedschap en kruit vond ik reuze interessant. Als jochie van zeven jaar lag ik dan ook al met een windbuks in de tuin. Maar de liefde voor de jachthonden die ik fok, de Weimaraner, is eigenlijk bepalend geweest. Het africhten en trainen van de honden is mijn passie. Die samenwerking tussen jager en jachthond, als team, vind ik geweldig. Een jachthond kan alleen niets en een jager kan alleen ook niets. Maar als team, mens en dier samen, kun je wat.”

Je bent een dierenvriend, heb je geen moeite met het feit dat je dieren doodt?

“Dat daadwerkelijke doden is slechts één seconde van het hele jagersleven. Daar zit zoveel moois om heen. Je bent de hele dag in de natuur, waardoor zo’n dag heel bijzonder is. Anderen zullen misschien vinden, dat dat ook zonder geweer kan en dat klopt. Maar het is moeilijk uit te leggen wat een jager drijft. Ik ben wel iemand die stil staat bij het leven dat ik neem en voer dit dan tactisch uit. Daarna neem ik de vangst graag mee, slacht het zelf, been het uit en zet het op tafel. Biologisch vlees pur sang. Mooier kun je het niet hebben.”

Mag je dat dan zomaar meenemen?

“Niet altijd, dat is afhankelijk van het gebied waarin je jaagt en welke organisatie daar de natuur beheert. Wij worden ingeschakeld door de verschillende natuurbeheerorganisaties en onderling verschilt het wel eens wat we met het vlees mogen of moeten doen. Sommigen willen dat de eiwitten die je uit het gebied neemt met het leven van bijvoorbeeld een zwijn, in het betreffende gebied moeten blijven. Dan ligt daar dus zo’n kadaver dat door predatoren als vossen en roofvogels en uiteindelijk insecten verorberd wordt.”

Zo’n organisatie schakelt jou dus in als er een zwijn te veel is?

“Hier op de Noord-West Veluwe hebben we veel te maken met overlastbeperking. Zwijnen kunnen bijvoorbeeld een gevaar vormen voor het verkeer en dus moeten we zorgen dat de populatie niet te groot wordt. Reeën zijn echte fijnproevers en eten alleen de uitlopers van bomen. Om te voorkomen dat nieuwe bosaanplant niet groeit, moet ook die populatie niet te groot worden. Beide dieren hebben geen natuurlijke vijanden, dus de populaties zouden binnen afzienbare tijd groeien. En daar worden wij jagers dan voor ingeschakeld. Ik heb bijvoorbeeld een bepaald gebied toegewezen gekregen, waarin een populatie zwijnen woont. De organisatie houdt precies bij hoeveel dieren er leven, hoeveel er worden aangereden en hoeveel er dan dus nog moeten worden uitgeschakeld in dat gebied. Ben jij jager in dat gebied, dan word jij ingeschakeld.”

Hoe komt het wild dat jij schiet, uiteindelijk op ons bord?

“Ik schiet voornamelijk voor mijn eigen bord, maar andere jagers gaan met hun vangst naar de poelier en die verkopen het weer door aan de restaurants. Wij jagers moeten het vlees al wel aan een keuring onderwerpen, waar wij certi-ficaten voor hebben gehaald, om te zorgen dat het gezond vlees is dat je aan de consument levert. Daarnaast moet een jager sowieso eerst allerlei aktes en certificaten halen voordat hij mag gaan jagen. Ieder jaar zijn er nog altijd zeshonderd tot zevenhonderd mensen die zo’n jachtakte behalen.”