Marco Borsato 1

Marco Borsato

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Zijn missie

Hotspots Editie 8

Marco steunt War Child met fondsenwervende en promotionele activiteiten. In de afgelopen jaren  bezocht hij verschillende projecten in landen als Colombia, Sierra Leone, Kosovo, Ingoesjetië, Eritrea en Afghanistan. Zijn reis- en verblijfkosten betaalt hij zelf. Ondanks de hectiek van dringende fans neemt hij alle tijd om antwoord te geven op onze vragen over zijn bevlogenheid en bezieling voor War Child. Het lijkt er niet op dat hij van plan is met zijn ambassadeurschap te stoppen.

Marco, je bent inmiddels alweer 11 jaar ambassadeur van War Child. Heb je deze organisatie zelf uitgekozen of ben je benaderd?

“Willemijn Verloop, oprichtster van War Child, heeft mij 11 jaar geleden benaderd. Ik ben door veel hulporganisaties gevraagd en ik heb van alles gedaan,  maar ik had de behoefte om ook zelf het verschil te kunnen maken. Ik wilde dieper op de materie in kunnen duiken.

Wat me in War Child aantrok, was het feit dat de organisatie heel kosteneffectief werkt en daar ook heel principieel in is. Zo betalen ze niet of nauwelijks voor communicatie. Als kinderen bij wijze van spreken met een schoenendoos langs de deuren gaan om geld in te zamelen voor War Child, vindt de organisatie dat zij niet zomaar veel geld kan uitgeven aan bijvoorbeeld grote campagnes of dure auto’s. Ook vind ik het goed dat War Child een organisatie is die doet aan kennisoverdracht in de landen waar ze actief is. Daarmee geef je de mensen handvatten om zelf het werk voort te zetten. Een derde reden om te besluiten me voor deze organisatie in te zetten, was dat muziek een belangrijke rol speelt in hun werk. Sport en creatieve activiteiten, zoals muziek, theater en tekenen, staan centraal in hun werk met kinderen.

Wel moest mijn ambassadeurschap meer zijn dan alleen maar een naam op papier. Ik wilde er ook echt bij betrokken zijn. Toen ik voor de eerste keer op werkbezoek ging, zag ik met eigen ogen hoe effectief en hoe groot de toegevoegde waarde van War Child is. Inmiddels hebben we daar de afgelopen 10 jaar veel ruchtbaarheid aan kunnen geven en ik geloof echt dat wat we doen, werkt.”

Je haalt al even een heel belangrijk argument aan, dat het geld bij War Child echt op de juiste plaats terecht komt.

“Ja. Er zijn regelmatig onderzoeken naar de kosten van hulporganisaties en daarin komen we steevast goed naar voren. Zo zit War Child met haar uitgaven voor communicatie en fondsenwerving altijd ver onder de gestelde norm. We blijven het als een uitdaging zien om de meeste dingen gesponsord te krijgen, zodat elke euro die we uitgeven ook op de plek terechtkomt waarvoor het bestemd is. Ook doen we aan kennisoverdracht. Dat bederft niet, gaat niet op of weg, maar is een olievlek die zich uitspreidt. We leiden lokale mensen op, die op hun beurt weer andere lokale mensen trainen. Zo wordt het door de mensen zelf voortgezet, waardoor je ook je effectiviteit vergroot.”

Heeft je werk voor War Child veel invloed op je eigen leven?

“Ja! Het antwoord daarop is kort en bondig, ja. Als je het werk van ambassadeur effectief wilt doen, moet je het grondig doen, dat is mijn overtuiging. Je kunt iets niet half doen, je moet het onderdeel van je leven maken. Ik heb een zeer dynamisch en hectisch leven, waarvan deze boekpresentatie een mooi voorbeeld is Dat is wel de realiteit. Als je er geen tijd voor vrijmaakt, raakt het makkelijk ondergesneeuwd. Ik heb dus tegen mijn management en platenmaatschappij gezegd: ‘Dit is een onderdeel van wie ik ben en waar ik voor sta in het leven. Daar wil ik tijd voor maken.’ Het  betekent dat mijn ambassadeurschap een vast onderdeel is in mijn agenda. Natuurlijk besteed ik daar de ene week of maand meer tijd aan dan op andere momenten, maar zeker in dit jaar van Wit Licht, waarin de problematiek van kindsoldaten centraal staat, is mijn werk voor War Child een speerpunt. En je weet, bij elk concert is ook altijd sprake van een maatschappelijk element in welke vorm dan ook om mensen bewust te maken. Dat kost soms tijd. Maar met vereende kracht stap ik er elk jaar weer in omdat ik zie hoe effectief het is.”

En je kunt het met je muziek goed verweven.

“Ja, muziek is natuurlijk een prachtig middel.”

Zing je ook tijdens je bezoeken aan de programma’s van War Child?
“Nee, ik probeer juist zoveel mogelijk mezelf niet op een voetstuk te plaatsen. Ik wil de dingen ervaren zoals de kinderen daar dat doen, en mezelf niet belangrijker of groter maken. Meestal ben ik gewoon één van de hulpverleners. Hooguit zing ik een keer ‘Hoofd, schouder, knie en teen’, en dan is het prachtig om te zien dat ook die kinderen spontaan meedoen. Maar ik wil me niet als ster of artiest profileren. Bij het maken van een documentaire wil ik juist de echtheid zien van hoe men daar leeft. Ik praat met de kinderen, eet met ze, doe workshops met ze. Dat doe ik liever dan dat we van tevoren aankondigen dat er een bekende Nederlandse artiest komt die wel even wat met ze komt zingen, ofzo.”

Is er een speciaal land waar je hart meer naar uitgaat?

“Nee, dat zou ik niet kunnen zeggen. Elk land heeft zijn eigen specifieke problemen en bijzonderheden. Toen ik voor de eerste keer in Sierra Leone was, heeft het me heel erg aangegrepen om kinderen te ontmoeten van 10 jaar, dezelfde leeftijd als mijn eigen kind, die als kindsoldaat moorden hadden gepleegd. Zowel dader als slachtoffer verenigd in één persoon. Dat is een lastig dilemma en dat hakt erin. Zo kan ik van elk land wel voorbeelden noemen van kinderen, die me om diverse redenen hebben aangegrepen.”

Volg je ze ook nog later?

“Ja, we zijn bijvoorbeeld een groep kinderen in Sierra Leone gaan opzoeken. Met een groot aantal van hen gaat het erg goed. Ik ken voorbeelden van jongeren die een eigen bedrijfje zijn begonnen, eentje is muziektherapeut geworden, de ander studeert. Natuurlijk zijn er ook kinderen en jongeren die zo beschadigd zijn geraakt en met wie het slechter gaat. Daar zijn we volkomen transparant over in onze rapportages. Het is een utopie om te denken dat we alle kinderen die in onze programma’s hebben gezeten, kunnen helpen. Gelukkig komen de meeste kinderen goed terecht en heeft het merendeel van hen wel degelijk baat bij onze hulp.

Hoe wordt bepaald waar jullie naar toe gaan?

“Wat wij graag willen, is naar die plekken gaan die vergeten dreigen te worden. En waar onze toegevoegde waarde het grootst is. Zo zijn er zijn gebieden die heel mediageniek zijn en waar al heel veel hulporganisaties zitten. Daar is de toegevoegde waarde van War Child misschien minder groot. Bij de keuze van een land of een gebied is media-aandacht dus niet van doorslaggevend belang. Maar door naar die plekken te gaan, komt er soms wel aandacht voor de problemen die er zijn.”

We hopen dat je je nog lang voor War Child blijft inzetten.

“Ik hoop het ook. Ik zou ermee stoppen als ik niet meer als middel maar als doel zou gaan dienen. Voorlopig ben ik er nog niet aan toe om mijn functie over te dragen. En als dat wel het geval zou zijn, dan moet de nieuwe ambassadeur minstens zo bevlogen zijn als ikzelf.”