Leonie van den Hoorn 1

Leonie van den Hoorn

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Vrijwilliger in Zuid-Afrika

Leonie van den Hoorn

Hotspots editie 13

Tekst: Lilian van de Kamp

Leonie is weer terug in Nederland. Back to reality. Hoewel de realiteit in Zuid-Afrika veel heftiger is dan in Nederland voelde ze zich daar erg gelukkig. “Het is zo’n andere wereld, je laat alles achter in Nederland en gaat daarheen om kinderen te helpen. Het gevoel dat je echt iets voor die mensen kunt doen en betekenen is geweldig. In Zuid-Afrika was ik echt gelukkig. Iedereen die mijn foto’s ziet, zegt dat ik echt straal.”

Moeilijke start

Vier weken heeft Leonie in Afrika gezeten en wilde eigenlijk nog langer blijven. De eerste paar dagen had ze het toch wel moeilijk. “Ik had verwacht dat ik daar aan zou komen en er allemaal kinderen blij om mijn nek zouden vliegen. Dat was helemaal niet zo, want de kinderen hielden in eerste instantie wat afstand, wat natuurlijk ook logisch is, want ik was tenslotte een nieuw gezicht. Ik zag dat ze zenuwachtig waren en ik voelde me onzeker omdat ik niet wist of ik het allemaal wel goed zou doen. Het was helemaal niet hoe ik het verwacht had. Pas na een paar dagen voelde ik me
zekerder worden en merkte ik dat ze heel erg blij zijn met alles wat je doet. Dan kom je op het punt dat je beseft dat vier weken wel erg snel voorbij gaan…”

Weinig nodig voor geluk

De kinderen die in het project Mother of Peace zitten, hebben allemaal al veel meegemaakt in hun jonge leventjes en vele hebben ook nog eens aids of tuberculose. De levensverwachting van deze kinderen is dan ook niet hoog, maar toch zijn ze op hun manier gelukkig en vrolijk. “De kinderen zijn aan het spelen en lachen met elkaar, maar je weet dat ze van binnen niet altijd gelukkig zijn. Toch beteken je al iets voor ze, als je alleen maar een arm om ze heen slaat. Die arm is voor de kinderen niet vanzelfsprekend, dus daar genieten ze van.” Toch is een arm om de kinderen heen slaan niet altijd toereikend. “Iets wat me erg heeft geraakt is een meisje dat kort voor mijn bezoek haar moeder had verloren aan aids. Terwijl alle kinderen vrolijk waren, zat zij stil in een hoekje. Ik voelde me zo rot, want ik wilde haar helpen en haar zien lachen, maar dat kun je op zo’n moment niet, dat heeft tijd nodig.” Leonie heeft bewust niet naar alle achtergronden van de kinderen gevraagd, want ze hebben stuk voor stuk een verschrikkelijk verhaal.

Gelukkig heeft ze heel veel leuke en mooie herinneringen aan haar verblijf in Afrika. Een van de medevrijwilligers van Leonie was een 54-jarige vrouw. “Omdat de mensen in Zuid-Afrika gemiddeld niet ouder worden dan vijftig, vonden de kinderen haar echt vreselijk oud. Terwijl dat hier in Nederland een hele gewone leeftijd is.” vertelt Leonie. Ook was er een meisje waar de Puttense een speciale band mee kreeg. “Sindi was echt mijn lievelingskindje. Ik voelde mij een paar dagen niet zo lekker en lag op bed. Sindi kwam naar me toe met een tasje en kettinkje dat ze zelf had gemaakt. Toen ze het me gaf, zei ze snel: ‘I love you’ en rende weg. Dat vond ik zo mooi en oprecht. Blijkbaar kun je dus in zo’n korte tijd al iets voor iemand betekenen.” De kinderen hechten zich snel aan de vrijwilligers en aangezien Leonie maar vier weken aan het project deelnam, vroeg ze zich af of het niet erg was voor die kinderen, iedere keer weer afscheid te moeten nemen van de vrijwilligers. Dit bleek gelukkig mee te vallen. “De kinderen zijn er aan gewend en als je langer blijft, wordt het afscheid natuurlijk ook steeds moeilijker. Dus eigenlijk is het beter dat ik er maar vier weken geweest ben.”

Het dagelijkse leven in Afrika

Op het terrein van Mother of Peace staan verschillende huisjes waarin ieder acht kinderen wonen. De huisjes hebben een eigen huismoeder, een betaalde baan voor de lokale vrouwen die vaak zelf ook moeder zijn. Ieder huisje krijgt een eigen vrijwilliger toegewezen, die de huismoeder en de kinderen mag helpen. “We hebben bijvoorbeeld elke avond gekookt en ik heb kleding gestreken, niet op een strijkplank, dat hebben ze niet, maar gewoon basic op het aanrecht. Als de kinderen terug kwamen van school, was ik verantwoordelijk voor de huiswerkklas. Het was mijn taak er op toe te zien dat ze allemaal netjes de opdrachten maakten die ze van school hadden meegekregen.” Na inspanning was het tijd voor ontspanning en mochten er spelletjes gespeeld worden. “Om zes uur ging de zon onder en omdat het er dan aardedonker is, gaat iedereen eigenlijk vroeg naar bed. Om ‘s ochtends vijf uur zijn de kinderen vaak alweer wakker en om acht uur brand je je bed uit, dus het ritme is wel compleet anders dan hier in Nederland.”

Ook het werktempo gaat er op zijn Afrikaans. “African time, zeggen ze steeds. En het is echt waar. Heb je om tien uur een afspraak met iemand, verschijnt diegene pas om elf uur en dat vinden ze normaal. De eerste paar dagen rende ik rond over het terrein, op het tempo zoals we dat in Nederland doen. In Zuid- Afrika sloft iedereen en duurt alles heel lang. In de supermarkt, of met de dagelijkse klusjes. Even een beetje extra geven kennen ze ook niet; Als je moe bent, moet je stoppen. Dat is voor ons Nederlanders wel even wennen!”

Verschillen

Niet alleen het ritme en tempo is er anders, ook is Zuid-Afrika een gevaarlijk land. Leonie is in Durban, de dichtstbijzijnde stad, een nacht met een politieagent mee op pad geweest. “De realiteit is dat er wekelijks gemiddeld twaalf mensen worden vermoord. De agent waarschuwde ons ook niet zonder begeleiding naar buiten te gaan. We mochten bijvoorbeeld niet van het terrein af voor een wandelingetje, want in de rietsuikervelden om het terrein heen zouden mannen op de loer liggen, die niet het beste met je voor hebben.”

Toch heeft Leonie dat gevaar niet zelf ervaren en waande ze zich af en toe zelfs op vakantie. In de weekenden werden er door de organisatie excursies georganiseerd waar de vrijwilligers zich voor op konden geven. Onder begeleiding konden ze dus toch van het terrein af en meer van het land zien. “We hebben een tour gemaakt door Hluhluwe waar alle Afrikaanse dieren in het wild rondlopen, we zijn een paar keer naar het strand geweest en zijn een dagje gaan shoppen in de stad. De tegenstellingen zijn zo groot in dat land. Er is een enorm verschil tussen arm en rijk. Voor het WK zijn er bijvoorbeeld gigantische, luxe stadions gebouwd op plaatsen waar heel veel mensen in krotten woonden. Een deel van deze mensen heeft een ander onderkomen gekregen in containers, maar ze zijn hun eigen plek, hun thuis, kwijt.

Sponsoractie

Leonie heeft voor haar vertrek een sponsoractie opgezet: er kwam een olifant naar Putten, waar je tegen betaling mee op de foto mocht. De actie deed veel stof opwaaien, omdat veel mensen vonden dat een olifant niet in gevangenschap gehouden moest worden. De organisatie Be-More wilde het geld dan ook niet aannemen. Leonie begrijpt het wel: “Daar hadden we gewoon niet over nagedacht en nu zou ik het ook niet meer doen, maar aan de andere kant, die olifant heeft een hartstikke goed leven en werd heel goed verzorgd door zijn eigenaar, dat willen de mensen niet zien.” Het geld dat werd geweigerd is uiteindelijk naar andere goede doelen gegaan, die er erg blij mee waren. “Het geld dat ik met de Zulu-party in ‘t Trefpunt had opgehaald, werd wel geaccepteerd door Be-More, dus uiteindelijk ging er een mooi bedrag mee naar Zuid-Afrika.

Besteding sponsorgeld

“Waar het geld uiteindelijk aan wordt besteed, mag
je als vrijwilliger zelf bepalen. Je kunt kiezen uit verschillende categorieën. Ik heb er uiteindelijk voor gekozen om de kinderen te sponsoren met medicijnen. Dus het geld gaat in de ‘medicijnenpot’ en als kinderen dan ziek worden, kunnen ze van dat geld de medicatie verzorgen.” En die medicijnen zijn hard nodig in het project. “Er zijn twee soorten medicijnen voor aids. Als er voor het eerste medicijn resistentie is opgebouwd, werkt het niet meer en moeten de kinderen overgaan op het tweede soort. Ik heb gehoord dat dit tweede medicijn maximaal vijftien jaar te gebruiken is, voordat ook hiervoor resistentie is ontwikkeld. Er zijn kindjes van zeven die nu al aan hun tweede medicijn zitten, dus dan kun je zo uitrekenen dat die niet oud gaan worden.”

Mooie ervaring

Leonie heeft haar hart verloren aan Afrika en wil graag nog een keer een vrijwilligersproject gaan doen. “Er is een groot aanbod aan projecten in Zuid-Afrika en Be-More is sinds kort ook projecten aan het opzetten in Uganda. Misschien dat ik daar ook wel een keer heen wil.” Wanneer ze dat gaat doen weet ze nog niet, maar dat er een tweede keer komt is zeker. “En dan wil ik misschien wel twee maanden gaan.” Zelf ook een keer als vrijwilliger aan de slag? Het advies van Leonie: “Het is echt een mooie ervaring en ik zou het iedereen aanraden.”