Koos Alberts 1

Koos Alberts

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Vechten voor geluk

Hotspots editie 18

Ik verscheurde je foto, ik heb je brieven verbrand… Iedereen die wel eens in een kroeg komt, kan het meezingen. Zowel oud als jong en dat terwijl deze hit van Koos Alberts (64) toch al zeventwintig jaar oud is. Koos woont al jaren in Harderwijk en het werd dus hoog tijd dat we ook eens bij hem op bezoek gingen. We worden hartelijk ontvangen door Koos en zijn vrouw Joke, waarna de zanger ons openhartig vertelt over zijn carrière, het ongeluk en hoe dat zijn leven heeft beïnvloed.

Tekst: Lilian van de Kamp
Fotografie: Henk Merjenburgh

Wie de hal binnenkomt bij Koos en Joke, kan er niet om heen: vijftien gouden platen hangen er aan de muur. “Mijn gouden platen zijn me heel veel waard. Dat betekent toch dat er minstens vijftigduizend exemplaren van zijn verkocht. Dit kan niemand meer van mij afpakken,” vertelt de zanger trots.

Talentenjacht

Koos Krommenhoek, zoals de zanger eigenlijk heet, was jarenlang werkzaam als metselaar en eigenaar van een snackwagen. Pas op zijn 37e werd hij bekend als zanger. Het begon allemaal met een onschuldige talentenjacht. “Iemand van de voetbalclub had me opgegeven voor een wedstrijd in Casa Rosso, een Amsterdamse club. Ik eindigde die avond op een tweede plaats. Tineke de Nooij zat in de jury en adviseerde mij om eigen nummers op te nemen.” Haar advies ter harte nemend, ging Koos op zoek naar een tekstschrijver en kwam bij Peter de Wijn terecht. “Hij had ‘Ik verscheurde je foto’ op de plank liggen.” Een gouden vondst, want de plaat werd een enorm succes. Koos werd ontdekt. “Vanaf toen is het heel hard gegaan. Ik had het eerste jaar wel vijfhonderd optredens. Een periode waarin ik meer onderweg was, dan thuis.”

Droomhuis

Zijn thuis was op dat moment nog in Sint Pancras, maar niet veel later verhuisde hij naar Hierden. “Ik voetbalde bij het artiestenelftal en we hadden een toernooi in Harderwijk. In de pauze van het toernooi ben ik met teamgenoot Piet Schrijvers en onze vrouwen een rondje gaan rijden. We kwamen op de Zuiderzeestraat in Hierden terecht en daar stond een heel groot herenhuis.
Joke en ik waren meteen verliefd en binnen een week hadden we het gekocht.” Koos was – en is – erg handig en bouwde zelf een tennisbaan, zwembad en paardenschuur. Hij had er paarden en zelfs drie koeien. “Geweldig, vond ik dat. Een Amsterdamse boer met koeien.” Al met al was het een plek waar Koos en Joke zich heerlijk thuis voelden. “Als ik het ongeluk niet had gehad, dan waren we daar altijd blijven wonen.”

Het ongeluk

Maar ja, het ongeluk… Van te voren wisten we eigenlijk niet of we daar nou over moesten beginnen, we wilden geen oude wonden open rijten. Maar we kunnen er niet om heen. Het heeft zijn leven op zijn kop gezet.
Gelukkig begint Koos er zelf over. “Het was de nacht van 28 op 29 oktober 1987. Joke ging altijd met mij mee naar optredens. Op die bewuste dag toevallig niet, omdat ze moest volleyballen en daarom ging mijn vader mee. Hij woonde in Amsterdam, dus ik haalde hem op bij de Witte Bergen en vanaf daar zijn we naar Rotterdam gereden. Ik werd even later gebeld dat er nog een extra optreden bij kwam die dag. Andre Hazes was ziek, of ik voor hem wilde invallen. Uiteindelijk stond ik om één uur die nacht nog op te treden.
Daarna heb ik mijn vader weer in Hilversum afgezet. Ik weet het nog precies. Ik reed in de polder en viel steeds bijna in slaap, dus ik deed het raam open en de radio aan om toch een beetje wakker te blijven.
Toen ik in Hierden was raakte ik in een flauwe bocht van de weg. Tegen een boom aan. Ik woonde tweehonderd meter verder… Ik was bijna thuis.”
We zijn toch wel even onder de indruk van zijn verhaal, ondanks dat we het eigenlijk al kenden. Hij is zelfs nog even dood geweest horen we. “Van het ongeluk weet ik zelf niets meer. Mijn heup was uit de kom. Op het moment dat ze in het ziekenhuis mijn heup weer in de kom wilden trekken, is het gaan bloeden in mijn buik. Toen was ik dood. Ze hebben me gereanimeerd en meteen geopereerd. Mijn milt bleek gescheurd. Dat ik dood was, heb ik ook niet gemerkt. Een ander zegt dat hij het licht heeft gezien, nou ik heb niks gezien. Geen tunnel, geen licht.”

Leren ademen

Toen Koos weer eenmaal onder de levenden was, wilde hij dat ook graag blijven. Maar het ging niet vanzelf. Hij heeft een dwarslaesie aan het ongeluk over gehouden en is vanaf zijn borst verlamd. Tien weken lang lag hij aan de beademing.
“Ik heb moeten vechten voor mijn leven. Opnieuw leren ademen was het grootste gevecht wat ik heb moeten leveren. Het was alsof mijn keel werd dichtgeknepen. Ik stikte de moord. Ik kreeg geen lucht, ik kon niet hoesten. Ik werd er helemaal gek van.”

Zingen

Zijn ongeluk was een schok voor een groot deel van de Nederlandse samenleving en bijna iedereen dacht dat het gedaan was met de zanger. Omdat één stemband ook verlamd was geraakt, moest Koos zelfs opnieuw leren praten. Toch wilde hij zijn carrière niet opgeven. “Ik kon voor het ongeluk heel hoog zingen, net als Gerard Joling. Dat kon ik allemaal niet meer. Ik ging jankend naar huis. Langzamerhand ging ik in mijn eigen studiootje repeteren. Oefenen, oefenen, oefenen.” En met succes.
Ondanks dat zijn stemgeluid niet meer is wat het voor het ongeluk was, lukt het hem weer te zingen. Uiteindelijk maakt Koos zijn comeback en tot op de dag van vandaag brengt hij nog nieuwe albums uit.

Privéconcert

Er ligt inmiddels ook weer een nieuw album op de plank, klaar om uitgebracht te worden. Koos wil ons wel een paar mooie nummers laten horen en neemt ons mee naar zijn studio. “Helemaal zelf gebouwd,” vertelt hij trots. “Joke, je moet ze hier ook even het keukentje en de wc laten zien. Heeft zij getegeld. Mooi hè?” Overtuigd van het feit dat Koos en Joke echt twee handige klussers zijn, zien we hoe de zanger een cd’tje in de cd-speler stopt.
Hij pakt zijn microfoon erbij en we krijgen een heus privéconcert. We deinen enthousiast mee op de muziek en zien de zanger stralen. Na vijf nummers geven we hem een staande ovatie. Nu zien we met eigen ogen hoeveel muziek voor een mens kan betekenen. “Ik kan nog steeds genieten als ik mensen kan raken met mijn muziek. Als ik op een groot feest sta en iedereen het meezingt… ?Schitterend.”

Lot uit de loterij

Koos weet na alle ellende wel wat geluk is. “Gelukkig zijn, is tevreden zijn. Ik heb er hard voor moeten werken en heb nooit spijt gehad van de dingen die ik gedaan heb. Ja, behalve dat ik veel gespijbeld heb en mijn school niet heb afgemaakt. Maar desondanks heb ik het toch ver geschopt. Ik ben trots op wat ik heb bereikt.
Ik vind het een lot uit de loterij dat ik bekend ben geworden met mijn muziek. Geluk zit niet in grote dingen of geld. Als je niet gelukkig bent, ben je niet tevreden.” Toch zou Koos nog gelukkiger zijn als hij weer zou kunnen lopen. “Ik zou er alles voor over hebben. Dan mogen ze alles van me hebben en begin ik gewoon weer in de bouw. Gewoon weer op een steigertje staan klussen. Toen was ik ook ?gelukkig.”