Johan en Marianne Groenewoud 1

Johan en Marianne Groenewoud

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Van Putten naar Selela

Hotspots editie 19

Tekst: Lilian van de Kamp
Fotografie: eigen

“Jullie waren op zoek naar streekgenoten die het roer omgooien. Dan zijn jullie in ieder geval op zoek naar ons!” Dit was het begin van het bericht dat Johan en Marianne Groenewoud ons mailden. Jarenlang woonden zij in onder andere Nunspeet, Ermelo en Putten. Tot ruim een jaar geleden. Want in december 2009 verkochten zij hun droomhuis om het roer helemaal om te gooien: emigreren naar Tanzania.

“Huisje-boompje-beestje. Dat was ons leven. Een droomhuis met een grote tuin en onze honden. We kochten het huis vier jaar geleden met het idee er wel een jaar of twintig te wonen. Maar binnen drie jaar kwamen we tot de conclusie dat dit niet was wat we wilden. We moesten gewoon hard werken vóór en óm ons huis en dat tot ons vijfenzestigste. We hebben allebei een kantoorbaan gehad en kregen steeds meer de behoefte aan iets anders. Iets uitdagenders en met meer betekenis.”

Het kriebelde al een tijdje, dus er waren al verschillende scenario’s bedacht. Johan: “We hebben geen kinderen, dus we hebben alleen de verantwoordelijkheid voor onszelf en onze honden. Toen mijn moeder net op pensioenleeftijd kwam, overleed zij onverwacht. Dit heeft onze ogen wel geopend. Waarom alleen maar bezig zijn voor je pensioen, terwijl je dat eerst nog maar moet zien te halen? Hierdoor beseften wij dat we daar niet op wilden wachten en nú wilden genieten. Ik ben dit jaar vijftig geworden en heb per 1 mei officieel afscheid genomen van mijn baan als onderzoeker bij de gemeente Lelystad. Nu hebben we de vrijheid om Nederland te verlaten.”

Zoektocht

Al elf jaar hebben Johan en Marianne ook een huisje in Frankrijk. De gedachte van een eigen bed&breakfast daar heeft ook even door hun hoofd gespeeld. “Maar die zijn er al zo veel in dat land en het was uiteindelijk niet wat we voor ogen hadden.” Sinds hun huis in Nederland verkocht is, verdeelt het stel de tijd over Tanzania, Frankrijk en Nederland. Ondertussen ging de zoektocht naar hun toekomstige bestaan verder. Een resort in de Snowy Mountains in Australië, een lodge in Guatemala, een wilderness resort in Canada, enkele woningen in Amerika en Nieuw Zeeland, allemaal kwamen ze in beeld. Dan valt hun oog op een safarikamp in Tanzania dat te koop staat.

Safarikamp

“In 2008 zijn we naar Tanzania gereisd om het safarikamp te gaan bekijken. Een geweldige locatie aan het Serengeti Nationaal Park. Een droomplek. Maar vanwege een dodelijke parasiet voor honden die er leeft, zagen we van de koop af. Onze honden wilden we namelijk wel meenemen.” Toch heeft het land inmiddels hun hart gestolen. “Vervolgens zijn we ook in andere gebieden gaan kijken met de gedachte om eventueel zelf een kamp te beginnen. Tijdens deze zoektochten overnachtten we zelf ook in safarikampen en er was er één bij die ons erg aansprak. Nadat we in eerste instantie een samenwerking met de eigenaresse wel zagen zitten, zijn we daar toch op teruggekomen. Het was kiezen tussen overnemen of verder zoeken, samenwerken zat er wat ons betreft niet in. Helaas heeft de eigenaresse ons begin dit jaar laten weten het nog niet te willen verkopen.”

Corruptie

Op het moment dat je dit leest, zitten de avonturiers weer in Frankrijk of Tanzania. Tot nog toe zonder safarikamp. “We zijn nu op zoek en hebben een kamp op het oog, maar willen geen overhaaste beslissingen nemen,” vertelt Marianne. “Voordat we ons spaargeld in dit project steken, willen we wat meer zekerheid over de betrokken partij.” Johan vult aan: “Je moet weten dat Tanzania een land is waar corruptie doodgewoon is.” Niet dat het er gevaarlijk is, want Johan en Marianne hebben juist gekozen voor Tanzania vanwege de stabiele economie, zodat ze niet achter prikkeldraad hoeven te leven. De corruptie kun je beter zien als een jarenlange gewoonte. “Overal wordt onder de tafel met geld geschoven. En niet alleen door ons als Europeanen, ook de lokale bevolking zorgt dat ze altijd wat geld bij zich hebben. Onze lokale gids stopt agenten onderweg wat geld toe, zogenaamd omdat ze dan wat te drinken kunnen halen. Het komt er op neer dat als je ze regelmatig wat geld toeschuift, je geen problemen met ze krijgt. Dus voordat wij ons spaargeld in dit kamp steken, willen we natuurlijk wel weten of het een betrouwbaar project is en niet achteraf blijkt dat we zijn opgelicht.”

Werkgelegenheid

Als Johan en Marianne eenmaal een geschikt safarikamp hebben gevonden of gebouwd, zullen zij de inkomsten gebruiken om zichzelf te onderhouden. Daarnaast willen zij ook wat betekenen voor de lokale bevolking. Ten eerste levert een safarikamp natuurlijk werkgelegenheid op. Daarnaast willen zij hulp bieden op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, drinkwater en hygiëne. “Wij hebben het ons hele leven zo goed gehad in Nederland en we willen anderen daarin laten delen. Doordat zoveel dingen voor ons gewoon zijn, is de behoefte gegroeid om de mensen in Tanzania te ondersteunen. Al is het alleen al omdat wij die mogelijkheid hebben.” Het stel heeft vertrouwen in de kennis van de Maasai, de lokale bevolking, waar ze mede afhankelijk van zullen zijn. Samen zullen zij de verschillende projecten uitvoeren.

Lokale bevolking

Om hulp te kunnen bieden vanuit welvarend Nederland, hebben Johan en Marianne de stichting Tanzania Support in het leven geroepen. Voor iedereen die ook persoonlijk een steentje kan en wil bijdragen aan de opbouw van in eerste instantie het dorp Selela. Dit kan in de vorm van geld, maar ook met middelen. “Een collega van Johan heeft bijvoorbeeld een microscoop ter beschikking gesteld waar de lokale verpleegkundigen erg blij mee waren. Tot die tijd moest men bij onderzoek het materiaal meegeven aan een enkele passerende auto, die het dan vijfentwintig kilometer verderop in het ziekenhuis kon afgeven.”

Omdat de jeugd de toekomst heeft, vinden Johan en Marianne het belangrijk te beginnen met het verbeteren van scholing. “De basisschool in Selela heeft 1200 leerlingen, maar had onvoldoende schoolbankjes waar de kinderen op konden zitten. Zelf kunnen ze de bankjes wel bouwen, maar het benodigde hout is schaars en dus niet te betalen. Voor omgerekend zo’n twintig euro heb je een schoolbankje. Dit jaar hebben we vijftig schoolbankjes kunnen leveren, zodat een aantal leerlingen niet meer op de grond hoeft te zitten. Ook schriftjes ontbraken bij veel leerlingen, deze kosten maar vijf eurocent per stuk, dus ik heb er meteen maar 1200 aangeschaft. Dat zijn toch dingen die wij normaal vinden en waar we hiervoor nooit bij stil hebben gestaan,” vertelt Marianne.

Stroopwafels en hagelslag

Als wij Johan en Marianne spreken, zijn ze twee weken in Nederland om onder meer zaken te regelen met betrekking tot hun stichting, het afscheid van Johan zijn werk en een afspraak bij de tandarts, die ze in Tanzania missen. Als zij weer terugkeren naar dat land nemen zij vaak een extra koffer met spulletjes mee. “Ik mis toch wel bepaalde dingen in Tanzania, daar zijn vooral basale artikelen te koop. Als ik in Nederland ben, ga ik daarom graag snuffelen bij handige winkels als Hema, Kruidvat en Action. Geweldig, zulke winkels waar je alles hebt. En verder sla ik wel eens artikelen in die in Frankrijk of Tanzania niet te krijgen zijn, zoals hagelslag, stroopwafels of erwtensoep.” Nu besef je pas dat in Nederland alles goed geordend is en je vaak weet waar je aan toe bent. Dat  missen we soms wel in Tanzania. Maar de files, drukte, stress, het dringen en de korte lontjes zullen we absoluut niet missen.