Ivo Niehe 1

Ivo Niehe

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Wordt nu zelf eens geïnterviewd

Hotspots editie 14

Tekst: Esmeralda van der Mee & Lilian van de Kamp
Fotografie: Henk Merjenburgh

U heeft inmiddels ruim 35 jaar televisie gemaakt. Wat was voor u de aantrekkingskracht van televisie?

“Toen ik jong was heb ik jarenlang in bandjes gespeeld. In mijn betere jaren ben ik zelfs fotomodel geweest. Dus muziek en beeld zaten voordat ik bij de televisie ging werken al in mijn leven. Dat hele amusement trok me wel. Van mijn zesde tot mijn twaalfde maakte ik ook altijd een sportkrantje en dat bleek later van groot belang voor mijn carrière.
Dat sportkrantje maakte ik zelf, met carbonpapier, voor de tien abonnees die ik had. Elke zondagavond bracht ik deze voor een kwartje per nummer rond. Mijn vader heeft ze allemaal bewaard en ik bleek heel goed te kunnen schrijven. Ik formuleerde geestige zinnen.
Jaren later had ik in Duitsland een plaat gemaakt en daar werd ik over geïnterviewd op de radio. Toen ik thuis kwam ging de telefoon, het was iemand die bemiddelde voor discjockeys en mijn stem had gehoord op de radio. Hij vroeg me of ik interesse had iets voor de radio te gaan doen. We spraken af en toen hij me had gezien, vond hij dat we vanwege mijn uiterlijk beter een screentest konden doen voor tv. Dat was dus het begin.”

Wat was uiteindelijk het belang van het sportkrantje?

“Wibo van de Linde, destijds hoofd van de informatieve programma’s bij de TROS, wist niet zo goed wat hij met mij moest. Ik was fotomodel, popmuzikant en had weliswaar gestudeerd, maar dat was het dan ook wel. Hij vroeg me daarom maar een verhaaltje te schrijven over een bepaald onderwerp. Door mijn ervaring die ik had door het sportkrantje, ging dat bijzonder goed en werd ik aangenomen. Ik mocht gaan presenteren. Dit moet mijn leven worden, dacht ik meteen. Ik vond het vanaf de eerste dag zo ongelooflijk leuk. Iets maken wat door zoveel mensen gezien kon worden en de hele sfeer er omheen. Dat is tot op de dag van vandaag zo gebleven.”

U bedacht later de TV Show. Dat mogen we een groot succes noemen.

“Ik was op een gegeven moment hoofd amusement bij de TROS. Dat was heel wat, ik was de eerste en de enige toen. In die tijd was zelfs John de Mol nog mijn assistent. Het waren hele leuke jaren, maar ik wilde verder, ik vond baas van een afdeling zijn niet interessant. Ik wilde programma’s maken. Toen heb ik een programma bedacht dat over televisie ging. Daarom heet het ook de TV Show. Je hebt iets gezien op tele-visie, bijvoorbeeld een opvallend persoon op de tribune bij het Nederlands elftal. Wie is dat? Dat was eigenlijk het basisidee. Daar waren we al heel vlug vanaf, want al snel maakten we een programma over mensen. Een jaar lang hebben we dat programma live gedaan, maar dat was echt een zenuwentoestand, daar ben ik helemaal niet geschikt voor. Toen wilde ik graag wat meer uit mensen gaan halen en daar heb je meer rust voor nodig. Dus hebben we die portretten bedacht. Dat is het uiteindelijk geworden.”

Is de TV Show een vorm van voyeurisme?

“Zeker, absoluut. Ik was erg geïnteresseerd in het interieur van Yolanthe en Wesley toen we bij hen in Milaan mochten filmen. De kleur bank, wat er aan de muur hangt en het aantal tuinkabouters zegt meer dan duizend woorden.”

Wat was uw meest?gedenkwaardige interview?

“In mijn theatershow heb ik het na de pauze over hem. Yves Montand is mijn enige echte held. Hij is geboren in Italië en moest vluchten voor de Nazi’s. De familie wilde naar Amerika vanwege het communisme, maar belandde in de ergste achterbuurt van Marseille. Zijn vader had een schuurtje waar hij bezems maakte, daar leefde het hele gezin van. Drie kinderen, pa en ma. Op zijn elfde moest Yves van school omdat zijn vader failliet ging. Hij moest dus geld gaan verdienen. Uiteindelijk is hij uitgegroeid tot een van de meest intellectuele sterren uit de historie van Frankrijk.
Hij heeft relaties gehad met Edith Piaf, Marilyn Monroe en Simone Signoret, wat ik een van de meest indrukwekkende vrouwen vind. Op een gegeven moment wilde achtenveertig procent van de Fransen hem als president, maar daar voelde hij niets voor. Deze man heeft in de politiek, film, musical èn het theater alles bereikt wat iemand kan bereiken. Op zijn 67e werd hij, tot zijn woede, vader. Maar toen zijn zoon Valentin werd geboren, wist hij pas echt wat levensgeluk was, vertelde hij mij in het interview. Dat is fantastisch mooi, dat hij dus alles heeft bereikt in zijn leven en dat het gene dat voor bijna iedereen bereikbaar is, dan toch het ultieme betekent. Dat is voor mij het mooiste verhaal dat ik heb gehoord.”

Bent u het theater in gegaan om te laten zien wat u nog meer kunt?

“Ik ben in het theater veel meer mijzelf. Ik heb natuurlijk, hoewel minder dan vroeger, een behoorlijk ego. Op televisie ben ik voornamelijk een beleefde aangever. Alles wat ik in die, toch wel intensieve, vijfendertig jaar heb meegemaakt, kan ik nu kwijt. Ik heb een baldadige kant die bij ons thuis, door mijn vrouw niet, maar door de kinderen enorm gewaardeerd wordt. Ik kan geweldig cynisch en geestig uit de hoek komen. En dat kan ik natuurlijk nooit ergens kwijt, behalve daar in het theater. Iedere grote lach in de zaal is voor mij een bevestiging van dat ik die kant ook heb. Daarnaast heb ik aan de ontmoetingen met Audrey Hepburn, Ustinov, Chirac, Prins Philip en Barbra Streisand een visie op het leven?over gehouden.
Deze visie wilde ik graag delen,  maar had daarvoor zelf geen theatershow in deze vorm gepland. Het kwam eigenlijk door het boek Wereldvrouwen dat ik heb geschreven. Ik ontdekte op een gegeven moment dat ik tien wereldberoemde vrouwen had geïnterviewd die allemaal op een cruciaal moment in hun leven hun intuïtie hadden gevolgd. Koningin Noor, Audrey Hepburn, Hilary Clinton en Moeder Theresa zijn hier enkele voorbeelden van. Deze verhalen heb ik gebundeld in het boek en ter promotie van het boek had ik een voorleesvoorstelling gemaakt. Ik weet het nog als de dag van gisteren dat ik in een zaaltje in Rijswijk zat en er na afloop een man op me af kwam. Het bleek de manager van Paul van Vliet te zijn. Hij zei: ‘Ivo, dit moet naar de grote zalen’. Dat had ik natuurlijk nooit van te voren bedacht, ik wilde gewoon een beetje publiciteit voor mijn boek maken. Door het land, in bibliotheken en hele kleine zaaltjes. En nog geen half jaar later stond ik twee avonden achter elkaar in een uitverkochte Koninklijke Schouwburg in Den Haag.
Het was van meet af aan een enorm succes. Bij televisie heb ik heel lang met slechte recensies te maken gehad, maar hier was alles goed. Dat ik ?toen op mijn 59e nog aan deze theatercarrière mocht beginnen is niet alleen de grootste, maar ook de mooiste verrassing van mijn leven geworden.”

Bent u ook iemand die zijn intuïtie volgt?

“Altijd. Toen ik mijn vrouw voor het eerst ontmoette, keek ik haar op honderd meter afstand aan en wist: dat is haar. Een ander voorbeeld is de aankoop van een huis, waar ik nog niet eens binnen geweest was. Ik voelde dat het een plek was waar ik wilde wonen. Dus op die cruciale momenten laat ik mijn intuïtie spreken. Het bekende uitgangspunt is, je moet niet aan het eind van je leven tegen jezelf kunnen zeggen ‘had ik maar’. Mijn vader zei altijd: Volg je hart en je gevoel. Daar zing ik ook een lied over in de voorstelling: “Als ik vroeg welke richting zal ik kiezen, zei je steeds: volg je hart en je gevoel. Denk niet aan geld, wees niet bang om te verliezen, het gaat om passie en het vinden van een doel.”