Henny Huisman 1

Henny Huisman

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Vindt snel iets zielig

Hotspots editie 16

De term kijkcijferkanon werd voor hem in het leven geroepen. Henny Huisman (59) was zeker een kijkcijferkanon. De Playbackshow, de Soundmixshow, de Mini-Playbackshow, de Surpriseshow, stuk voor stuk programma’s die geschiedenis hebben geschreven op de Nederlandse televisie. Op dit moment zit Henny zonder programma, maar wil hij dolgraag weer tv maken. We zijn uitgenodigd in Castricum en Henny vertelt honderduit over kijkcijfers, tv-formats, the boy next door, ambities en verlangens.

Tekst: Lilian van de Kamp
Fotografie: Henk Merjenburgh

Korenslag was het laatste wat we van jou gezien hebben op tv.

“Dat klopt, het was het laatste programma dat ik presenteerde. Daarna heb ik diverse gastoptredens gehad in tv-programma’s, zoals Praatjesmakers en heb ik een pilot opgenomen met Martine Sandifort, waarin zij een psycholoog speelt en ik bij haar kom als patiënt. Op de bank heette het. Die pilot was zo’n succes dat hij ook is uitgezonden op tv. Het leuke was dat mensen dachten dat het echt was. Dat krijg je natuurlijk als je goed acteert.”

Je bent dus ook een acteertalent?

Henny begint te lachen: “Ik weet het niet. Zij waren wel heel erg enthousiast, maar zij is ook wel een geweldige tegenspeelster. Dat maakte het al makkelijker. Er werd natuurlijk heel veel geïmproviseerd, maar je probeert wel de grote lijn vast te houden. Het was enig. Ik hoop dat die show het gaat maken.”

Je laatste werkgever was de EO. Zijn jullie in een goede verstandhouding uit elkaar gegaan?

“Dat is in overleg gegaan. Het is natuurlijk altijd jammer als je afscheid neemt van elkaar, maar zij snapten wat ik bedoelde en ik snapte wat zij bedoelden. Voor de EO waren de bezuinigingen het belangrijkste punt. Ze hebben natuurlijk zelf goede presentatoren onder contract, terwijl ik nooit in vaste dienst heb gezeten bij de EO. Dan is het logisch dat ze eerst hun eigen presentatoren aan het werk zetten. Een tweede punt was dat ik katholiek ben, terwijl de EO toch meer het christelijke geloof propagandeert, dus dat was wel eens iets aan het wringen. Maar het waren slechts kleine dingetjes zoals wat je wel of niet kunt zeggen. Ik zeg bijvoorbeeld automatisch Onze Lieve Heer en zij willen liever dat je Here Jezus zegt, al gaat het natuurlijk om hetzelfde. Ik vind het zelf belangrijk dat het niet gekunsteld is, het moet uit je hart komen.”

En toen was daar dat zwarte gat?

“Nee, dit keer niet. Dat zwarte gat heb ik wel een beetje gehad na mijn periode bij RTL. Mijn vertrek daar was niet afgesproken en bij de EO kwam het van twee kanten. Een zwart gat is voor mij als je helemaal nergens meer voor wordt gevraagd en nooit meer iets kunt doen. Dat is nu niet zo, want als ik zou willen kan ik elke week wel ergens als gast mijn gezicht laten zien. Drie keer in de week bellen ze wel van Shownieuws of een dergelijk programma. Als mijn voordeur een andere kleur heeft is het alweer een nieuwtje. Maar een nieuw programma heb ik nog niet, dat is een ander verhaal.”

Dat zou je wel weer graag willen?

“Ja, dat zou ik wel weer willen. Ik hoef niet zo veel programma’s meer als vroeger hoor, maar ik zou het toch wel leuk vinden om weer iets te mogen presenteren. Maar ik zit natuurlijk niet stil. We hebben een eigen bedrijfje Strak-id, waarmee we heel veel leuke tv-ideeën ontwikkelen. Toch vind ik het wel moeilijk om er mee naar buiten te treden, want via via verschijnen ze dan ineens op het scherm. Dat lijkt er wel heel verdacht veel op, denk ik dan. Soms is zelfs de titel hetzelfde. John de Mol heeft wel eens gezegd dat een format verkopen moeilijker is dan een format bedenken. Dat is ook zo. Ik heb vroeger natuurlijk een aantal programma’s bedacht en die zijn een succes geworden. In die tijd ontvingen ze me met open armen, want daar was Henny met zijn leuke ideeën. Maar nu kom je op dezelfde stapel te liggen als de rest. Een tv-format moet bij iemand passen als een onderbroek. Als het elastiek aan de verkeerde kant zit, of er een labeltje in zit dat schuurt, dan is dat vervelend. Als een programma om een bepaald persoon is bedacht, dan is het nog lastiger om te verkopen.”

En is dat het geval bij jullie ideeën? Speel jij daar dan de hoofdrol in?

“Leuk dat je die vraag stelt, want dat is dus een beetje het probleem. Nou ja, probleem is een groot woord. Kijk, alle ideeën bedenk je vanuit jezelf. Dat is logisch. Daarbij komt dat ik met drie andere mensen werkt, met wie ik alledrie bevriend ben. We hebben ook wel dingen bedacht die door een ander gepresenteerd werden, maar dan werd het uiteindelijk niet zoals ik het in mijn hoofd had. Ik bedoel niet dat ik nou zo goed ben, maar het gaat er om dat het goed bij je past. De Mini-PlaybackShow paste bijvoorbeeld heel goed bij mij.”

Waarom paste dat dan zo goed bij jou?

“Ik kon heel erg goed met de kinderen omgaan. Dan zeggen ze dat komt omdat je zelf kinderen hebt, maar dat heeft er geloof ik niets mee te maken. Het is gewoon een bepaalde eigenschap die ik heb. In België deed de presentator van de SoundmixShow daarna ook de Mini-PlaybackShow. Dat flopte daar, omdat hij er gewoon niet de juiste persoon voor was.”

Valt er qua tv-programma’s nog wel iets nieuws te verzinnen?

“Nee, maar de jasjes kun je aanpassen. Je kunt de mouwen korter of langer maken en misschien een andere kleur. De talentenjachten die nu enorm populair zijn, zijn er ook altijd al geweest. Toen de SoundmixShow kwam, had je ook al Nieuwe Oogst, ook een talentenjacht. Er is een oerwet die je steeds terug ziet bij alle talentenjachten. Drie mensen in de jury, waarvan een streng en de anderen weer wat aardiger. Toen de SoundmixShow begon, hadden we Jacques D’Ancona nog niet. We hadden een hele aardige jury en alledrie vonden ze de kandidaten hartstikke leuk en geweldig. Ik had totaal geen tegengas. Totdat Jacques werd ontdekt en een jurylid werd die wel commentaar had. Dat was niet gespeeld, hij was gewoon heel kritisch. Daar kon ik dan weer mooi op inspelen en het opnemen voor de kandidaat.”

Wat zou momenteel een programma zijn dat jou op het lijf geschreven is?

“Ik zou zo niet één, twee, drie een programma kunnen noemen dat nu op tv is, wat bij mij zou passen. Ik kom toch altijd bij de menselijke kant terecht. De toon die ik altijd bij me draag is dat ik een ander serieus neem. Tuurlijk mag een dolletje op zijn tijd best, maar als je iemand niet serieus neemt op tv, dan vind ik dat zielig. Ik vind gewoon snel iets zielig. Bij de SoundmixShow bijvoorbeeld wil ik graag de dertig besten laten zien, daar dan de tien besten van en dan uiteindelijk de nummers een, twee en drie. Wij hebben ook kneuzen genoeg gezien in voorrondes en mensen die over hun nek gaan van de zenuwen, stotteren en bibberen. Daarin is een hoop veranderd de laatste tijd. Ik zeg niet dat een ander het niet moet laten zien, maar het past gewoon niet bij mij. Zoiets vind ik dus zielig.”

Maar wat zou er dan wel bij jou passen?

“Een programma moet voor mij aanvoelen als een trui die voor mij gebreid is. Dat moet het zijn. Praatjesmakers zou wel bij mij passen. En Korenslag voelde voor mij ook als een trui. Die mensen in die koren, die begrijp ik. Ze staan normaal in een open kar te zingen of in een kerkje ergens achteraf of in een zaaltje dat ze zelf afhuren. Dat is natuurlijk negen van de tien keer hun podium. Maar dan staan ze ineens in een echte studio, op een echt groot podium, met echte verlichting en een echte jury die er verstand van heeft. En dan alles laten zien wat je in huis hebt. Dat gevoel is zo herkenbaar.”

Jij wilt mensen dus graag in de spotlight zetten?

“Ja, om ze een keer te laten flonkeren. En dan flonker je zelf mee als je dat op een mooie manier doet. Ik laat de mensen in hun waarde.”

Zijn er presentatoren waarin jij iets van jezelf herkent?

“Ik zie bij sommige mensen wel wat dingen van mezelf terug. Bij Jochem van Gelder bijvoorbeeld en Carlo Boszhard. Zij hebben iets dat ik van mezelf herken, ondanks dat zij er weer hun eigen draai aan geven. Het brutale herken ik wel in René van der Gijp. Een beetje tegen het randje, maar wel leuk. De manier waarop hij iets weg kan wuiven. Ik heb bij alledrie een beetje het ‘boy next door’ gevoel. Dat moet het ook zijn. Niet verheven, maar gewoon iemand waarvan je denkt dat als je met pech staat dat hij je ook wel helpt je auto de duwen.”

Dus jij helpt een pechgevalletje duwen?

“Ja dat duwen is nog wel het minste dat ik doe. Repareren kan ik helaas niet, maar duwen wel, dus dat doe ik dan ook.”

Maar je zegt dus eigenlijk dat jij ook een ‘boy next door’ presentator was? Anders dan andere presentatoren? Heb je daar veel commentaar op gekregen?

“Ja, alleen maar. Maar vooral door de pers, niet door de kijkers. Ik heb twee keer de Televizier-Ring gewonnen, dat is natuurlijk een publieksprijs. Maar van de pers heb ik in mijn leven bakken met stront over mij heen gekregen. Altijd.”

Toch heeft de pers jou ook benoemd tot kijkcijferkanon.

“Nou dat is het grappige er aan, die kritiek die ik kreeg heeft helemaal geen invloed gehad op de kijkcijfers. Uiteindelijk wordt daar naar gekeken door de omroepbazen, het succes. Ik had wekelijks een kijkdichtheid van zeven miljoen. Dan kan iemand wel heel zuur schrijven dat ik een raar pak aan had of dat ik zo krom loop, maar als de week erna weer zeven miljoen mensen kijken dan heeft het dus blijkbaar geen invloed. Tegenwoordig halen de programma’s die kijkdichtheid niet meer. Alleen de bruiloft van Willem-Alexander en Maxima. En Peter R. de Vries met het interview met Joran van der Sloot. Je praat over finales van het Nederlands elftal. Hoger kom je niet. Die cijfers had ik wekelijks. Ik moet er wel eerlijk bijzeggen dat er in die tijd maar twee zenders waren, er zijn er nu meer dan dertig. Maar er woonden ook minder mensen in Nederland dan nu.”

Gaan we je binnenkort nog ergens tegenkomen op tv?

“Ik hoop het wel. Sinterklaas komt weer naar mijn Surprise Stables voor een groot feest en ik ben dan weer reporter voor TV Noord-Holland met het Sint Nieuws. Maar dat kunnen jullie niet ontvangen daar of wel? Nou ja, anders moet je het maar op internet bekijken, het is hartstikke leuk!”