Henk Vaessen 1

Henk Vaessen

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Auteur

HotSpots Editie 3

Henk is in al die jaren dat hij hier woont een echte Puttenaar geworden. Hij is trots op dit dorp en vindt het jammer dat het vaak negatief in het nieuws komt. Doordat Henk al sinds 1982 deel uitmaakt van de gemeenschap weet hij goed onder woorden te brengen hoe het er in deze gemeente aan toe gaat. Hij is in staat de mensen en hun cultuur, dan wel godsdienst, met een zekere objectiviteit te beschrijven en dat is zowel knap als verfrissend.

Het is opvallend om te zien hoeveel interesse hij in zijn medemens heeft. “Maar”, zo zegt hij, “ook ik heb grenzen. Ik vind het nooit erg om wat langer te blijven als iemand laat de winkel binnenkomt maar op zaterdag moet je me niet pesten.” Dan gaat hij na het werk steevast met zijn jongste zoon een visje pakken bij Foppen om daarna gezellig aan te schuiven in de kroeg. Net als vroeger, toen hij als kleine jongen meeging met zijn vader, een middenstander uit Oldebroek. Daar, aan de stamtafel van het plaatselijke cafe, hoorde hij de sterkste verhalen over de grootste omzetten van die week. En al was hij nog klein, zelfs hij begreep dat sommige dingen niet klopten maar dat het vermakelijk was om er naar te luisteren. Ook op zaterdagavond thuis werden er tot diep in de nacht verhalen verteld. Dan ging alles van tafel, kwam er een grote bak pinda’s tevoorschijn en begon men te vertellen. Die verhalen bereikten in de loop van de week zo’n twintig anderen. Maar eenmaal verwerkt in een boek bereiken ze duizenden mensen.

Henk vindt het belangrijk dat zijn boek iets met de mensen doet. Natuurlijk wil hij de lezer gewoon een goed verhaal bieden maar daarnaast wil hij de lezer ook iets leren. “Gewoon omdat dat iets extra’s toevoegt. Want waarom zou je niet een beetje kennis overdragen als je toch bezig bent?”

Op de vraag hoe hij op het onderwerp van dit boek is gekomen zegt hij: “Wat de christenen van de Joden vinden, dat weet iedereen zo langzamerhand wel, daar is genoeg over te vinden. Maar andersom, hoe de Joden nou eigenlijk over de christenen denken, dat wilde ik nu eens laten zien. ” In het boek komt dit het best tot uitdrukking in de passage waarin hoofdpersoon Ben gastspreker is bij de Vrije Evangelische Jeugdvereniging. Hij zegt: “Diegenen onder jullie die werkelijk geinteresseerd zijn in de vraag waarom Joden zo huiverig zijn voor christenen die zich met hun leven en met hun geloof willen bemoeien, raad ik aan om eens naar Auschwitz te gaan. Daar zul je, duidelijker dan op enige andere plaats, te horen en te zien krijgen wat de adviezen van jullie christelijke kerkvader Luther teweeggebracht hebben.”

Een ander belangrijk thema in dit boek wordt gevormd door het fenomeen ‘tweede- en derdegeneratiesyndroom’. Henk Vaessen laat zien hoe groot de impact is van verdriet, verlies en onrecht en hoe de tragedie van de concentratiekampen als het ware van generatie op generatie overerft. Dat Henk door het beschrijven van het ‘tweede- en derdegeneratiesyndroom’ handen en voeten weet te geven aan de depressieve gevoelens die ook de nabestaanden van de razzia in Putten kennen, blijkt uit het verhaal van een 80 jarige Puttenaar. “Op een gegeven moment kwam deze oude Putter naar me toe en sprak me aan over het boek. Hij zei: “Ik ben door de razzia mijn vader en een heleboel familie kwijtgeraakt. Ik heb daar in mijn leven heel veel last van gehad maar omdat ik zat met iets wat ik zelf niet heb meegemaakt, heb ik daar nooit over durven praten.”” Door het boek komt deze man er uiteindelijk achter dat zijn lijden niet raar is en dat er in de psychiatrie zelfs een naam voor is. Henk zegt: “Als dat het effect is van het schrijven van een boek dan is dat toch fantastisch!”

Voor de research van ‘Stille finale’ heeft Vaessen samen met zijn jongste dochter Auschwitz bezocht. Over het spoor want: “Naar Auschwitz ga je met de trein.” Hij beschrijft in het boek de sfeer op het terrein van Museum Auschwitz zoals ze het in Polen noemen en zegt: “Er was zelfs geen vogel te zien of te horen. Blijkbaar wisten die instinctief dat de atmosfeer hier niet geschikt was om te vliegen, laat staan te zingen.” Tijdens ons gesprek voegt hij daaraan toe: “Op die plek voel je zo duidelijk het kwaad dat het lijkt alsof de duivel zelf er nog altijd rondwaart.”

De karakters in het boek worden voor een groot deel gevormd door mensen uit het hier en nu. Hij gebruikt voorbeelden uit het dagelijks leven en zijn eigen kinderen vormen een bron van inspiratie. Zelf lijkt hij het meest op hoofdpersoon Ben terwijl zijn jongste dochter de rol van Lea invult. In tegenstelling tot Ben is Henk niet Joods. Des te opvallender is het misschien wel dat hij zoveel compassie toont voor de Joodse traditie. Zo kan hoofdpersoon Ben zich bijzonder opwinden over het feit dat een kind van christelijke ouders een Joodse naam krijgt: “Naomie van den Broek, dat kán toch helemaal niet.” Zelf denkt hij daar ondanks zijn tolerante levenshouding net zo over. “Het gaat erom dat je je probeert voor te stellen hoe dat bij zo’n Joodse jongen overkomt. Die begrijpt gewoon niet dat iemand uit een voor hem geheel andere, christelijke cultuur z’n kind een naam geeft uit zijn eigen Joodse cultuur. En zelf vind ik ook wel dat je de dingen zo veel mogelijk moet laten waar ze horen. Ik bedoel, ik noem mijn kinderen ook niet Hassan of Youssouf. Die namen horen nu eenmaal niet bij mijn cultuur, bij mijn volk en bij mijn godsdienst. Dus ja, Ben van Zuiden is wel voor een deel mijn alterego.

Ook daar waar hij vindt dat veel christenen, ondanks de herhaaldelijke oproepen van Jezus, de wetten van God aan hun laars lappen. De reden dat Jezus daar zoveel waarde aan hecht is dat daarin het geheim ligt voor een samenleving van een niveau zo het oorspronkelijk bedoeld is. Ik ben ervan overtuigd dat als iedereen zich aan de leefregels van onze Schepper zou houden, zo die tot in de kleinste details staan beschreven in de eerste 5 bijbelboeken, we in een wereld zouden wonen en leven met minder of geen ziektes, rampen en oorlogen.

En waar zouden we dan als eerste mee moeten beginnen Henk? “Met: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet!”

Dat de vestiging van Van Ganswijk Mode recht tegenover de plek staat vanwaar op 1 en 2 oktober 1944 bijna alle Puttense mannen zijn weggevoerd, lijkt haast geen toeval. Toch is het niet de gedenksteen zelf waardoor Vaessen is geinspireerd maar het beeldje van de barmhartige Samaritaan dat er opeens stond. “Hoeveel gebeden er op die bewuste dagen naar boven zijn gestuurd om gered te worden weet alleen God, maar op dat moment gebeurde er helemaal niks. De hemel leek van koper en alle 661 mannen werden weggevoerd. Het feit dat er uiteindelijk nog mannen zijn teruggekeerd is toch mede te danken geweest aan Duitsers notabene, zoals pastor Meyer uit Ladelund die hen stiekem eten, drinken en medicijnen gaven. Daarom zou dat beeld van de Barmhartige Samaritaan beter op zijn plaats zijn in Ladelund dan in Putten.”

Inmiddels heeft Henk drie boeken op zijn naam staan en is hij bezig met het vierde. Hij heeft een prettige manier van schrijven en de wijze waarop hij situaties en personen beschrijft is vaak luchtig maar zeker niet oppervlakkig. Henk lijkt een man te zijn die goed weet waar het in het leven om gaat: plezier maken en genieten. Daarbij laat hij zich graag leiden door wat de één toeval en de ander leiding noemt.

Dat hij leeft met respect voor anderen en zijn Schepper, dat mag inmiddels duidelijk zijn. Hij zegt: “Ik ben me zeer bewust van het feit dat degene waar ik mijn geluk en toekomst aan te danken heb een Jood is geweest, namelijk Jezus van Nazareth. En als straks de Messias komt dan zijn we allemaal weer broers en zusters, óók van de Islamieten. Wij leven altijd naar morgen en overmorgen, maar wil je jezelf goed begrijpen dan moet je weten waar je vandaan komt. Of, zoals het in ‘Stille finale’ herhaaldelijk gezegd wordt: Wat geweest is, is niet voorbij, maar bepaalt heden en toekomst.”

Hopelijk lukt het Henk om Putten, ondanks haar verleden, weer wat positiever op de kaart te zetten. We zullen zien en wachten intussen vol verwachting op zijn volgende boek.