Hans Liberg 1

Hans Liberg

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Muziek + Humor

Hotspots editie 32

Tekst: Lilian van de Kamp
Fotografie: Liv Ylva

Musicus, cabaretier en entertainer. Hans Liberg kun je niet in een hokje plaatsen. Hij weet muziek te combineren met humor, zoals geen ander dat kan. Een unieke artiest, geboren om op de planken te staan. We spreken Hans vanuit een Duitse hotelkamer, waar hij die avond ook weer voor een stampvolle zaal staat. Op donderdag 3 oktober opent hij het theaterseizoen van Cultureel Centrum Putten met de try out van zijn nieuwe show Attacca.

U bent in veel landen populair. Wat is uw geheim?

“Dat is omdat ik zo ontzettend goed ben,” begint hij lachend. Maar dan denkt hij even na over een serieus antwoord en vervolgt: “Omdat muziek een internationale taal is en mensen vinden het ontzettend grappig en leuk om erbij te zijn. Ik doe het natuurlijk al een hele tijd en dan bouw je een publiek op. En dan kom je een keer op televisie en krijg je nog meer publiek erbij, zo werkt dat. Je wordt niet vanzelf populair, daar gaat wel een jaar of tien, vijftien overheen.”

Is muziek de verenigende factor of humor?

“De combinatie van muziek met humor is iets wat bijna niet gedaan wordt. Er zijn zo weinig cabaretiers of komieken die met muziek als taal werken. Wereldwijd zijn er een stuk of tien. In Duitsland ben ik populair, Duitsers houden van muziek, er zijn ook veel Duitse componisten. Ze vinden het leuk als iemand dat een beetje door de mangel haalt. Maar qua humor zijn er natuurlijk wat details die ik moet aanpassen, namen bijvoorbeeld. Geert Wilders kennen ze niet, dus dan noem je Angela Merkel of Berlusconi. Duitsers zijn ook netter dan Nederlanders. Wij houden wel van camp en dingen die eigenlijk niet kunnen, maar Duitsers zijn anständig. Zij hebben dat niet nodig. Belgen willen liever ook niet dat je vieze woorden op het podium zegt. Daar zijn ze te beschaafd voor.”

Waar vindt u inspiratie?

“Oei, heb ik dat? Het zijn gewoon dingen die ik meemaak. Die zijn soms leuk en soms niet leuk. Wat ik doe is een beroep, ik ben ook gewoon gewend om me door alles te laten inspireren. Dingen bedenken, met de piano, is gewoon ontzettend leuk. Muziek luisteren, liedjes maken, kijken hoe iets in elkaar zit. Dat verbaast me steeds weer. Meestal schrijf ik aan mijn show van ’s ochtends een uur of tien tot een uur of twee. ’s Middags heb ik vaak andere dingen te doen, dan ben ik onderweg naar een voorstelling en dan staat mijn hoofd er niet naar. Ik schrijf wel eens wat op als ik in het bos loop. Je hebt altijd wel een iPhone of iets bij je. Ik neem dan dingetjes op. De kwestie is dat je geen dingen moet vergeten.”

Ligt de lat steeds hoger?

“Daar ben ik eigenlijk niet mee bezig. Die lat is niet zo hoog, want publiek is gewoon publiek, die hebben kaartjes gekocht om een leuke avond te hebben, maar die vreten je niet op. Het is altijd goed gegaan, ze hebben er zin in, ze hebben oppas geregeld. Het moet gewoon een leuke avond worden. Mensen moeten zich niet vervelen en dat is mijn opdracht. Dat lukt nog steeds. Ik vind het een grote eer dat mensen nog steeds naar mij komen kijken. Dat is toch wel heel bijzonder. Vanavond zitten er ook weer 1700 mensen in Keulen die speciaal voor mij komen. Dat vind ik nogal wat.”

Uw voorstelling heet Attacca, wat een overgang zonder pauze is. Neemt u zelf wel eens een pauze?

“Ik ben iemand die eigenlijk altijd doorgaat. Kijk, het leuke van dit beroep is dat je je eigen tijd kan indelen. Ik kan zo laat of zo vroeg opstaan als ik wil. Ik kan eens een dag niets doen of een week. Het is niet zo dat ik op vakantie moet om tot rust te komen. Dat vind ik ook niet prettig. Ik woon heel mooi in het bos, dus ik hoef helemaal niet weg. Ik heb ook een huis in Duitsland aan de Oostzee, daar ben ik ook vaak. Dan ben ik wel aan zee, maar dan ben ik niet op vakantie. Dan woon ik daar gewoon. Ik doe dat dus gewoon tussendoor. Als ik een jaar niets zou doen, wat ik nog nooit gedaan heb, dan ga ik het denk ik missen.”

Wie is Hans Liberg volgens u?

“Ik ben een artiest die van mensen houdt. Die het leuk vindt om publiek in zijn zaal te zien en dat je aan de buitenkant niet kunt zien hoe ze zijn. Je hebt geen idee hoe de mensen die binnenkomen gaan reageren. Ik vind het leuk om te communiceren. Ik gebruik die humor en muziek om met mensen te communiceren. Privé ben ik niet veel anders. Vroeger was ik veel extraverter en veel meer met grappen bezig, dan nu. Dat doe je op een gegeven moment niet meer, omdat het je beroep is geworden. Privé ben ik wat normaler geworden. Ik kan het met mijn kinderen niet aandoen om in een restaurant de boel op de kop te zetten. Dat accepteren ze niet. Dat vinden ze verschrikkelijk.”

Muziek speelt de hoofdrol in Attacca, ook in uw leven?

“Het is wel belangrijk, ja. Ik vind kunst sowieso belangrijk in het leven. Beeldende kunst bijvoorbeeld. Mijn dochter zit bij het ballet, dat vind ik ook heel interessant, mijn andere dochter wil fotograaf worden, dus die zit ook in die richting. Mijn zoon zit in de muziek. Dus het gonst altijd wel door het huis, we zijn er altijd mee bezig. Er staat trouwens niet altijd muziek aan. Nooit eigenlijk. Er zijn mensen die de hele dag de radio aan hebben, maar dat heb ik niet. Dan word ik ook afgeleid. Als ik iets hoor, denk ik altijd: wat is dat? Ik loop speciaal tien meter om, als ik hoor dat de buurman muziek draait. Dan wil ik weten wat hij draait, waarom en waarom hij dat goed vindt. Dan ga ik er naar luisteren. Een soort tic van me. Verder gaat alles goed hoor.”

Welke muziek luistert u zelf graag?

“Ik luister eigenlijk naar waar mijn kinderen mee komen. Mijn zoon luistert naar groepen als The National, The Villagers. Dat vind ik fascinerend, want daar zitten hele mooie dingen tussen die ik niet ken. Ik luister graag naar onbekende muziek. Componisten waarvan ik nog nooit gehoord heb vind ik boeiend.”