Frank Boeijen 1

Frank Boeijen

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Boodschap van Holland

Hotspots editie 24

Tekst: Lilian van de Kamp
Fotografie: Henk Merjenburgh

We ontmoeten zanger en liedjesschrijver Frank Boeijen (54) als hij net met zijn nieuwe theatertournee is begonnen. De afgelopen dertig jaar heeft hij maar liefst 27 platen en cd’s uitgebracht. We kennen allemaal zijn klassiekers als ‘De Verzoening’, ‘Zwart Wit’ en ‘Zeg me dat het niet zo is’. Op donderdag 26 april kun je Frank Boeijen gaan zien en horen in Theater Harderwijk.

Je bent groot fan van Bob Dylan. De man is inmiddels zeventig en treedt nog steeds op. Zie jij jezelf dat ook nog doen op die leeftijd?

“Ik hoop van wel. Deo Volente. Het is wel lachen natuurlijk, omdat die pensioentoestanden nu actueel zijn. Maar ik heb altijd het idee dat ik net begin. Met deze tour ook weer. Dus dat houd ik nog wel een tijd vol.”

Vertel eens over deze tour?

“We hebben nu gedeeltelijk dezelfde band als de vorige tour. Rens van der Zalm is een multi-instrumentalist en dat biedt weer heel veel mogelijkheden met de oudere nummers die in ons repertoire zitten. Hij speelde twintig jaar geleden voor het eerst mee, dus we hebben veel nummers die we nu weer kunnen spelen omdat hij daar een hele belangrijke rol in had.”

Hoe maak je een selectie uit je grote repertoire?

“Ik was aan het reizen door Azië toen ik zat te denken wat we deze tour zouden gaan doen. Toen ben ik mijn boek gaan lezen met mijn oude teksten erin. Zonder te denken aan de bijbehorende muziek, heb ik van iedere plaat een paar titels opgeschreven, die ik belangrijk vond. En daar heb ik weer een keuze uit gemaakt. Dus we spelen eigenlijk van iedere plaat een nummer. En dat zijn er een hoop hoor. De eerste is uit 1978. En we spelen ook nog zes, zeven nieuwe nummers.”

Die schud je ook nog steeds uit je mouw?

“Het gaat wel goed,” zegt hij met een bescheiden lachje. “Ik heb wel steeds iets liggen als basis. Dan ga ik naar mijn pianist, Ton Snijders, en dan zitten we de hele middag te kletsen en te luisteren naar muziek. Het gaat altijd alleen maar over muziek. En als ik dan aan het eind van de dag naar huis rijd denk ik: shit, er is toch weer iets ontstaan! Het gaat allemaal heel organisch, het gaat vanzelf. We gaan niet zitten van nu moet het. Dat werkt ook niet. Ik schrijf iedere dag iets op, dus ik heb altijd wel iets, een beginnetje, liggen. Ik zorg dat ik altijd iets bij me heb om iets te noteren. Mijn telefoon of een papiertje.”

Waarom treed je alleen nog op in theaters?

“In de jaren ’80 kregen we heel veel succes. In 1986 zat ik ineens niet meer zo lekker in mijn vel. Toen wilde ik het anders gaan aanpakken. We hadden tien jaar lang aan een stuk door gespeeld. Ik heb niet gestudeerd of ooit een andere baan gehad. Toen dacht ik: als ik zo doorga, wordt het niks. We speelden toevallig een keer in het theater en toen wist ik: dit is het gewoon. Theater betekent dat je de mensen een comfortabele stoel kunt aanbieden, dat de aandacht gericht is op het podium, dat je er dus niet meer als een wals overheen moet walsen omdat je anders met dronken, ouwehoerende mensen te maken hebt. Ik vind het prima hoor, maar als ik optreed liever niet. En je kan het natuurlijk heel mooi aankleden. Zo kun je iedere tour weer anders maken. Een theater is echt een cocon, je bent je niet meer bewust van de buitenwereld, je zit in een soort niemandsland. Je stapt er binnen en weg is de buitenwereld.”

Heb jij een vaste schare fans?

“Dat is moeilijk te zeggen. We hebben wel een soort genootschap, de FBI. De Frank Boeijen Informatie. Dat zal de harde kern zijn denk ik. Maar stel je voor, je treedt zestig keer op, dan bereik je zo’n dertigduizend mensen minimaal. Ik heb geen idee wie die mensen allemaal zijn. Maar ik heb bijvoorbeeld wel mensen zien opgroeien. Er komen wel eens mensen naar me toe die al vijfentwintig of dertig jaar naar mijn concerten komen. Dat is wel leuk.”

Je maakt niet echt vrolijke muziek.

“Het is denk ik melancholiek. Dat is toch een mooi gevoel? Ik ben niet bezig met wat voor gevoel het bij mensen oproept, ik maak gewoon wat ik mooi vind. Deze tour is bijvoorbeeld wat energieker dan vorig jaar. Vorig jaar speelden we meer in die melancholieke sfeer. Als je die sfeer mooi vindt, dan zit je goed, maar als je die sfeer niet mooi vindt, dan heb je een probleem. Dan kun je er heel droevig van worden.”

Een beetje zwaarmoedig misschien?

“De teksten zelf zijn niet droevig. Het is misschien de muziek. Die is heel beschouwend. Een vrolijk liedje laat ik aan de carnavalsmensen over. Ik begrijp niet zo goed wat er zwaarmoedig aan zou moeten zijn. Ik word juist heel treurig van hele vrolijke muziek.  Wat is volgens jou dan vrolijk? Volgens mij is er geen onderscheid te maken tussen vrolijke en treurige muziek, zo werkt het in de muziek niet. Neem Beethoven of Bach. Bach zou je heel melancholiek kunnen noemen, maar je zou hem ook heel vrolijk kunnen noemen. Dat is raar. Die termen kloppen dus niet. Het leven is een tranendal meisje,” zegt hij belerend, maar daarna lachend: “Met hier en daar een lichtpuntje.”

Is melancholie makkelijker te vangen dan blijdschap?

“Ik word heel treurig van de politiek in ons land. Daar mag ik alleen niet meer over praten van mijn huisarts, mijn vriendin, mijn vrienden en mijn familie. Dat is punt één. Daar word ik niet vrolijk van. Aan de andere kant houd ik ook heel erg van ons land. Het is waanzinnig klein. Als ik hier vier maanden ben, dan moet ik echt weg. We leven allemaal met elkaar op een kluitje. Bergen hebben we niet, alleen de zee is wel bijzonder. Ik vind het belangrijk dat je kennis neemt van andere culturen, zodat je niet dat opgesloten gevoel krijgt. Als ik te lang in Nederland ben dan krijg ik dat. Maar om terug te komen op je vraag: ik heb wel een beetje een melancholieke inslag, wat niet wil zeggen dat ik de hele dag een beetje bedroefd rondloop hoor. Maar het hangt denk ik van mijn bui af.”

Word jij steeds beter met de jaren?

“Ik vind wel dat ik een paar mooie liedjes heb gemaakt. De Verzoening vind ik nog steeds heel mooi en Zeg me dat het niet zo is. Net als Kronenburg park en De Ontmoeting, maar soms spelen we ze gewoon allemaal niet. Dan willen we gewoon andere dingen spelen. We spelen nu een lied dat heet Boodschap van Holland. Dat is nu mijn favoriete lied. Dat gaat over alles dat nu in Nederland speelt. Het gaat over iemand die aan de andere kant van de wereld zit en allemaal berichten leest alsof het land ineen stort. Als je de internationale kranten leest, dan wil je niet weten wat ze over Nederland schrijven en over Europa. In Amerikaanse kranten staat gewoon dat Europa ten onder gaat.”

Als je niet optreedt ga je reizen?

“Ja. Alle jonge mensen zouden verplicht eens een keer naar India moeten reizen. En naar Afrika, Azië en Zuid-Amerika. Dan besef je pas hoe goed we het hier hebben. Stelletje verwende kinderen zijn het hier gewoon. Het is voor mij vooral heel belangrijk om in andere culturen te zijn dan hier in het westen, de Europese cultuur. Die andere culturen voeden en inspireren mij. De natuur, de cultuur. Er zijn heel veel andere culturen en werelden. En soms vind ik het fijn om in die andere wereld te zijn. Waar mensen heel anders nadenken over de dood, leven en liefde. Daar kun je veel van leren en ook leren relativeren. Die andere culturen zijn gebaseerd op geloof. Religie is een belangrijk onderdeel van het leven daar, maar dat is ook een hele duidelijke afspiegeling van een cultuur, dat is grappig.”

Wat heb je zelf met religie?

“Ik vind religies heel interessant als verschijnsel. Als ik in Italië ben, dan ga ik graag de kerken bekijken. En als ik op Bali ben ga ik graag naar de tempels kijken. Maar ik zie het als een culturele uiting van een groep mensen. Ik heb er zelf weinig mee, ik vind het allemaal Sinterklaas. Snap je? Het is natuurlijk voor veel mensen een hele belangrijke houvast. En ik ben katholiek opgegroeid, ik heb er wel iets mee, maar het is onmogelijk… Ik geloof in een muze, laten we het daar op houden. De muziek. De kracht van muziek. Ik heb respect voor alle religies, maar ze moeten zich niet met mijn vrijheid gaan bemoeien, want dan haak ik af.”