Eline Jurg 1

Eline Jurg

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Nederlandse bobsleester

Hotspots Editie 11

Het is niet een veel voorkomende sport, hoe ben je met het bobsleeën in aanraking gekomen?

“Ik studeerde in Groningen waar de jaarlijkse startwedstrijden werden gehouden. Een vriend van
mij zat in het team dus eerst mocht ik er een keertje in zitten. Vervolgens voor de grap, om het uit te proberen, mocht ik een keertje duwen. Ik raakte steeds enthousiaster, vond het helemaal gaaf. Vanaf dat moment ben ik heel intensief gaan trainen om een damesteam op te kunnen richten. Fysiek was ik al heel ver aangezien ik een sportopleiding deed. In november 1996 ben ik met een vriendin naar de bobschool gegaan in Winterberg. Daar leerden ze ons alles over de slee tot en met het aanbrengen van de ijzers. En natuurlijk wat je precies moet doen onderweg of als hij op zijn kant gaat. Dat was het begin. Twee jaar later stelden we twee damesteams samen. Vanaf dat moment konden we serieus aan wedstrijden meedoen. En ineens kwamen daar de Olympische Spelen in zicht waar voor het eerst ook vrouwelijke bobsleeërs aan mochten deelnemen. Dat was spannend. Voor Nederland waren we sowieso het eerste vrouwelijke bobsleeteam, dus we moesten extra hard werken.”

Hoe zit dat met de slee, jij zat in een tweemansslee, maar er zijn toch ook andere formaten?

“Ja, maar voor vrouwen heb je alleen tweemansslees. Voor de gein zeiden we altijd: ‘Stel  je voor dat je vier vrouwen in een team hebt, nog meer ellende.’ Maar serieus, het heeft te maken met het gewicht en de kracht. Heb je een grotere slee, dan is dat  ding nog zwaarder en belast je je lichaam nog veel meer, de G-krachten worden groter omdat een zwaardere slee nog harder gaat.
Bij de damesteams zit voorin de piloot en achterin de remster. Hoewel er weinig te remmen valt. Waar het op neerkomt is dat je heel hard moet rennen en alleen aan het eind een beetje aan de rem moet trekken. Maar goed, zo heet het nou eenmaal. Ik zat in eerste instantie achterin de slee als remmer, maar ik lag meer op mijn kant dan dat ik op mijn ijzers naar beneden kwam dus toen ben ik in 1998 van positie geruild en piloot geworden.”

Waar train je voornamelijk op bij het bobsleeën?

“Voornamelijk op kracht, snelheid en uithoudings­vermogen. Zo’n slee weegt 200 kilo en die sleep je per dag een paar keer op en neer, dus je fysieke gestel is heel belangrijk. Met name de start is ontzettend belangrijk. Dus je traint op explosiviteit, kracht en snelheid net als een sprinter, maar dan om op ijs te lopen. En verder moet je als piloot gewoon heel veel afdalingen maken.
Sturen doe je door middel van twee d-rings. Er zit geen echt stuur in een bobslee. Aan de d-rings zitten touwtjes die naar de as lopen die de ijzers bewegen. Dus je beweegt heel minimaal, je speelt met de druk die de slee krijgt in een bocht. Elke bocht die je ingaat wil de slee automatisch recht omhoog, dat moet minimaal gecorrigeerd worden. Als je niks zou doen ga je na ongeveer vier bochten gegarandeerd om. Natuurlijk kan je ook omgaan als je wel stuurt, dan doe je teveel of juist te weinig of te vroeg of te laat. In ieder geval is niet sturen geen optie.”

Je vertelde dat er in eerste instantie geen vrouwenteam bestond, is het echt zo’n mannensport?

“Ja, het is best een zware mannenwereld. Het is ook zeker geen ongevaarlijke sport! Daarom moet je als vrouw wel een beetje pit hebben. Op je dak gaan is niet fijn. Zeker als je de keer erna weer in die slee stapt, moet je wel even wat overwinnen. Dan klopt het hart je in de keel. Sommige banen zijn extra heftig. Je knalt met een snelheid van zo’n 140 km per uur in je slee in minder dan een minuut naar beneden. Je draagt geen gordel of iets dergelijks dus zeker degene die achterin zit moet heel hard trekken om binnen de slee te blijven als deze omgaat. Hoewel het ijs is, is er door de snelheid toch brandgevaar. Als je voorin zit kun je je zelf zoveel mogelijk voorin de slee trekken. Het probleem daarbij is weer dat je helm tussen het ijs en de slee vast kan komen te zitten. Dus ja je moet echt wel een beetje pittig wijf zijn met een behoorlijk doorzettingsvermogen.”

Wat is de kick?

“In eerste instantie de start. Daarna puur de adrenaline, dat werkt gewoon verslavend. De eerste week dat ik ging sleeën hebben we 14 afdalingen gemaakt waarvan we er 11 crashten. Ik kwam bont en blauw thuis, mijn arm pikzwart van de bloeduitstortingen. Maar ik vond het gewéldig!”

Je bent 2 keer naar de Olympische spelen gegaan. Hoe was dat?
“Fantastisch. De ambiance en alle sportiviteit eromheen is zo geweldig. En daar ben je onderdeel van. Voor mijn gevoel zweefde ik alleen maar, ik voelde me zo geweldig dat ik erbij mocht zijn.”

Inmiddels ben je gestopt?

“Ja, om precies te zijn, 29 oktober 2007. Toen heb ik de knoop doorgehakt en ben definitief gestopt. Het is fysiek natuurlijk heel zwaar. Mijn nek en rug hadden behoorlijke blessures opgelopen waar ik last van had. Specialisten adviseerden mij als mijn lichaam me lief was te stoppen. Vreselijk! Toen heb ik besloten eerst een jaar rust te nemen en mijn lichaam te laten herstellen. Tijdens dat jaar kon ik de dingen beter op een rijtje zetten. Ik was natuurlijk ook geen 25 meer en wilde inmiddels meer regelmaat in mijn leven. Met bobsleeën ben je zeker 5 maanden per jaar van huis weg en ik wist niet zeker of ik dat nog wel kon en wilde combineren met mijn privéleven. Als vrouw weegt dat soort beslissingen toch zwaarder dan als man. Maar het was wel een heel moeilijke beslissing hoor! Ik heb nog een hele tijd mijn slee gehouden maar uiteindelijk verkocht aan iemand van het herenteam. Nu volg ik het op andere manieren en sta ik af en toe als begeleider langs de baan.
In 2008 ben ik een paar weken als assistent van de bondscoach met het team op pad geweest. Ik vond het geweldig om mijn kennis te delen en ook mentaal de meiden bij te kunnen staan. Helaas is dit jaar besloten dat de coaches eerst ervaring in het buitenland moeten opdoen. Maar ik ben wel vanuit de Internationale bond benaderd om jongens en meisjes te trainen in de bobscholen. Eind vorig jaar stond ik nog met een groep jongeren in Oostenrijk. De jongste meiden waren 16 jaar. Superleuk, hartstikke stoer! Maar ja wél heel erg jong, dus je moet ze goed begeleiden. Vooral als ze een keertje om zijn gegaan, dan zie je de angst in hun ogen. Op die momenten ben je heel hard nodig. Gelukkig kan ik ze dan helpen. Tja, been there, done that!