Edwin Rutten 1

Edwin Rutten

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Ome Willem

Hotspots Editie 11

Hij komt over alsof hij never nooit serieus kan zijn, maar en passant vertrouwt hij ons toe dat hij in wezen een heel ernstig mens is. Daarna zwaait hij met grootse armgebaren eroverheen en roept uit; “maar er blijft altijd een heel groot kind in mij aanwezig.” Vandaar waarschijnlijk dat kinderen als een rode draad door zijn indrukwekkende carrière lopen.
Want of hij nu Ome Willem neerzet, een jazzalbum ‘To keep you warm’ uitbrengt, presenteert, lezingen geeft bij congressen, doceert aan het conservatorium, of verhalen schrijft en vertelt bij klassieke muziek zoals de voorstelling ‘Mozart je zal maar een wonderkind zijn.’ Steeds probeert hij kinderen door middel van fun en educatie te bereiken op zijn eigen markante wijze.

In de loop der jaren is Edwin Rutten in heel wat radio- en tv-programma’s te horen en te zien geweest. Zestien jaar lang trad hij zowel voor televisie als in het theater op met ‘De film van Ome Willem’.
Hij werkte mee aan kinderprogramma’s als ‘Het Klokhuis’, ‘Kinderen voor Kinderen’ en verschillende voorlichtingsfilms voor kinderen. Ook presenteerde hij verschillende talkshows, zoals ‘Zomaar een Zomeravond’ en ‘Van Twaalf tot Twee’. Hij zat in het vaste panel van NCRV’s ‘Dinges’, ‘Maak dat de kat wijs’ en ‘Wijsneuzen’, was presentator van het eerste middagtelevisieprogramma ‘Avro’s Service Salon’ en presenteerde op de radio het nachtprogramma ‘Avro’s Service Station’.
Daarnaast is hij altijd zeer actief geweest in de muziek. Voor zijn jazz ouvre ontving hij vorig jaar de Meer Jazz Prijs 2009, daarbij aansluitend in het rijtje van o.a. Toots Thielemans en Rita Reys.
Verder schrijft hij vele verhalen voor klassieke muziek en treedt op met o.a. het sprookje Peter en de Wolf waarmee hij onlangs in Carré en het Concertgebouw stond. Binnenkort speelt hij Dr Dolittle in de gelijknamige musical welke vanaf 19 december speelt.
Over de voorstelling ‘Mozart, je zal maar een wonderkind zijn’, vertelt hij:
“Ik geloof erin kinderen door middel van een verhaal ankers aan te reiken waardoor ze makkelijker onthouden. Op dezelfde manier kun je klassieke muziek bij kinderen aantrekkelijker maken en dus dichterbij brengen. In de Mozart voorstelling vertel ik over een klein kistje met brieven en dagboeknotities van een jochie dat al snel een wonderkind blijkt te zijn. Door de verhalen die ik vertel aan de hand van bijzondere aantekeningen en bekende feiten in combinatie met live muzikale begeleiding, breng ik de jonge Mozart tot leven. Ik weet zeker dat de kinderen dat onthouden. Ik ga er altijd vanuit hoe was het ook al weer toen ik zelf 6 jaar was.”
Hij lacht, “Eigenlijk vind ik het veel moeilijker dat gevoel los te laten dan het vast te houden!”

Is dat het geheim van uw veelzijdigheid?

“Dat weet ik niet maar ik heb daardoor nooit het gevoel gehad dat ik aan het werk was. Ik trad al op mijn zestiende drie keer per week op met ons combo samen met Rogier van Otterloo terwijl ik nog het gymnasium deed. Later waren er periodes dat ik ‘s morgens sprookjes schreef op klassieke muziek, ’s middags opnames had voor de Film van Ome Willem, ‘s avonds optrad met een symphonie orkest en tegen middernacht een jazzconcert gaf.”
Ik vond het heerlijk! Elke keer verheugde ik me op het volgende. Maar het heeft ook met dankbaarheid te maken.”
In de voorstelling Mozart je zal maar een wonderkind zijn’, speelt een kind uit de omgeving het eerste stuk wat Mozart op zijn vierde jaar heeft gecomponeerd.

Denkt u dat je dankbaar zou moeten zijn als je een wonderkind bent?

“Nou dat betwijfel ik, want dat valt niet mee hoor. In de voorstelling roep ik dat ook: ‘Je zal maar een wonderkind zijn! Opgejaagd worden door je vader om geld te verdienen voor je familie, met de koets heel Europa doorreizen om overal op te treden. Altijd mensen om je heen hebben maar je tegelijkertijd heel alleen voelen.’ Mensen die je bewonderen, maar ook jaloers zijn. Je moet het zo zien, na het wonderkind volgt nog een leven. En dan wat? Dan kun je alleen nog maar heel diep vallen.”

U bent zelf ook heel muzikaal.

“Ja, ik heb het van huis uit meegekregen. Mijn moeder was een geweldige jazzliefhebber, mijn vader hield meer van Stravinsky en Kurt Weill, dus ik kom uit een 2 stromenland. Je weet nooit waar de grens ligt van wat er van nature in zit of datgene wat erin gestopt wordt. Mijn vader was filmregisseur, schrijver en schilder.
Op mijn zestiende zong ik al met het Metropool orkest voor de radio. Dus het kon in mijn ogen niet anders dan dat ik in de muziek verder zou gaan. Ik nam toen al vocale jazz platen op met repertoire van o.a. Gershwin, Berlin, Ellington, Porter en Strayhorn. En gaf concerten in Stockholm, Kopenhagen, Parijs, Genève en Montreux.
“Ik heb nog psychologie gestudeerd, puur uit interesse, niet met de bedoeling er iets mee te doen.”

Hoe is op een gegeven moment Ome Willem ontstaan?

“Aart Staartjes belde mij in 1974 op en vroeg of ik weleens iets voor kinderen had gedaan. Ik antwoordde: ‘Nee maar ik heb er wel twee!’ Aart zag dat er geen tv-programma was voor kinderen van 4 tm 6 jaar oud. Hij bedacht het type Ome Willem als een soort vaderfiguur die soms vervelend en inconsequent was en waarbij een andere keer weer alles kon. Met daarnaast de tegenpolen het meisje Teun, August met de baard en zijn naieve wijsheid en als derde Toon de streetwise jongen. Door die combinatie van tegenpolen konden we een spannend programma maken. En natuurlijk hadden we fantastische schrijvers, Karel Eykman en Willem Wilmink. En niet te vergeten Harry Bannink die in zijn argeloosheid ‘ja’ zei tegen het programma om dat het maar één jaar zou lopen. Hij was nog nooit op televisie geweest en zat er gelijk voor zestien jaar aan vast!”

In 2004 stonden vanwege het dertigjarige jubileum een aantal voorstellingen gepland. Hoe was dat?

“Fantastisch! Het programma werd inmiddels tijdens alle schoolvakanties op televisie herhaald en stond in de top 5 van best bekeken programma’s. Dus toen ik in eerste instantie voor twee maanden werd benaderd, geloofde ik wel in het succes. Maar dat het zo’n enorme impact zou hebben, had ik niet verwacht. We hebben uiteindelijk 180 voorstellingen gegeven. Carré was in anderhalve dag twee keer uitverkocht. Maar ook mensen zonder kinderen kwamen. Hele studentenverenigingen of bachelorparty’s schreven me aan en kwamen naar de voorstelling. Enig!”

U geeft ook bedrijfsseminars, heeft Ome Willem u in uw carrière nooit in de weg gezeten?

“Op geen enkele wijze. Als ik bij Albert Heijn aan mijn mouw wordt getrokken door een moeder met een kind en ze wil van mij een foto met haar kind maken, dan doe ik dat, en vervolgens draait de wereld weer gewoon verder. En wanneer ik een zakelijk congres leid en ik voel dat de zaal onrustig is, dan open ik met de zin: ‘Jullie vragen je zeker af wat Ome Willem hier doet? Dat vraagt hij zichzelf overigens ook af. Zit mijn ex doelgroep hier?’ Dan maak ik een grap, laat iemand ‘Deze vuist op deze vuist’ zingen en vervolgens kan ik datgene doen waar ik voor gekomen ben.
Ik vind dat je niet moet klagen over iets waar je veel aan te danken hebt.”

Wat heeft u nog op uw verlanglijstje staan?

“Ik zou het enig vinden om een kinderprogramma te maken voor en over de hele familie. Een combinatie van humor en ernst.
Ik zou overal deskundigen voor inzetten om handreikingen te geven. Recepten bestaan niet maar wel beginnetjes. Je moet het uiteindelijk toch zelf uitzoeken. Maar geen onderwerp zou ik schuwen want naar mijn idee kun je met de juiste toon en invalshoek over elk onderwerp met kinderen praten.”

U komt altijd zo vrolijk en positief over.

“Niet altijd hoor, maar het is inderdaad een overheersende kant van mij. ik vind het belangrijk om jezelf uit de misère van een stemming op te werken. Ik laat me zelden in de sfeer van een ander trekken. Dan probeer ik het óf te veranderen, óf ik ga weg. Ik verbaas me altijd over het feit hoe vaak mensen met hun rug naar de toekomst zitten.”
Hij veert op, lacht breeduit en roept: “Zo girls, en nu wil ik weleens gezellig met jullie op de foto!”