Denise de Rooij 1

Denise de Rooij

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

“Ik wil uiteindelijk Formule 1 gaan rijden”

Hotspots editie 14

Tekst: Lilian van de Kamp – Fotografie: Lilian van de Kamp en eigen.

Hoe ben je op het idee gekomen om te gaan karten?

“Ik ben een keer met mijn vader gaan karten in Harderwijk. Dat vond ik toen zo leuk, dat ik lessen mocht gaan nemen in Lelystad bij Alnone. Dat is zo’n tweeënhalf jaar geleden en sindsdien heb ik daar elke week les. Het eerste jaar heb ik daar vooral veel getraind en na een jaar ben ik begonnen met wedstrijden te racen.”

Kun je vertellen hoe zo’n kartwedstrijd er aan toe gaat?

“Meestal vertrekken we op zaterdag en dan mogen we die dag vrij trainen. Dan kun je dus de baan leren kennen en proberen aan te voelen hoe je de bochten moet nemen. Op zondag heb je weer eerst een vrije training waarbij je test of bijvoorbeeld de bandenspanning goed bevalt op het circuit. Dan krijg je daarna een kwalificatie-ronde waarin bepaald wordt op welke plaats je start. Vervolgens rijd je twee manches die beide ongeveer twaalf minuten duren. Die twee manches gelden voor het klassement. Omdat we in Nederland niet zoveel circuits hebben, moeten we soms ook naar Duitsland of België voor wedstrijden. Dat is drie keer per jaar en dan vertrekken we vaak al op donderdag of vrijdag. Ik heb daarvoor een speciale regeling met mijn school de Toermalijn.”

Hoeveel mensen rijden er mee in jouw klasse?

“Ik zit bij de Cadets, dat zijn kinderen tot en met twaalf jaar en die rijden altijd samen met de ?Rookies. De Rookies zitten in dezelfde leeftijdscategorie, maar die hebben nog niet zoveel ervaring. Er zijn op dit moment zes Cadets die meedoen voor het Nederlands Kampioenschap en zo’n zesentwintig Rookies, dus we rijden met tweeëndertig kinderen. Vaak rijden de Cadets vooraan, omdat die meer ervaring hebben, maar er zijn voor beide klassen wel aparte prijsuitreikingen. Ik ben trouwens niet het enige meisje dat meerijdt, maar mijn meeste concurrenten zijn wel jongens.”

En hoe sta je er voor met de Nederlandse Kampioenschappen?

“Ik sta nu vierde in het klassement en moet nog een wedstrijd rijden. Eerste kan ik helaas niet meer worden, want de jongen die eerste staat is zo goed en eindigde steeds als eerste. Dat kan niemand meer inhalen nu, dus hij gaat sowieso winnen.”

Wat was je hoogtepunt tot nu toe?

“De clubkampioenschappen in Eefde gingen heel goed, daar heb ik gewonnen. En vorig jaar in Emmen reden we nog wedstrijden met drie manches, in plaats van twee, en toen ging het ook heel erg goed. Nu is het reglement aangepast en hoeven we nog maar twee manches te rijden.”

Wat is jouw sterke punt in het racen?

“Ik rijd het beste op een droge baan. Bij een natte baan ga je snel glijden en dat vind ik best wel moeilijk. Het is helemaal moeilijk als je een baan hebt die gedeeltelijk droog is en gedeeltelijk nat. Dan moet je heel goed opletten.” Haar moeder die aandachtig meeluistert naar de antwoorden van haar dochter voegt hier aan toe: “Vergeleken met de jongens rijdt ze veel constanter. De jongens zijn wat roekelozer, waardoor het dus ook vaker mis gaat.”

Is het bij jou ook wel eens mis gegaan?

“Ik ben wel eens de bandenstapel in gereden. En vorig jaar haalde ik een keer verkeerd in en botste daardoor op iemand anders. Toen vloog ik over de kop. Daarna durfde ik niet meer zo goed in te halen, maar daar heb ik tijdens mijn trainingen op geoefend met mijn leraar en nu durf ik het wel weer.”

Wat is je uiteindelijke doel?

“Ik wil uiteindelijk in de Formule 1 gaan rijden. Alleen Bernie Ecclestone, de baas van de Formule 1, vindt dat vrouwen niet mee mogen rijden. Maar tegen die tijd mag het misschien wel. Als ik straks twaalf ben wil ik misschien nog even in de RK1 gaan rijden, maar het liefst maak ik zo snel mogelijk de overstap naar de auto. Dan wil ik op het circuit gaan racen met de auto.”