Bert Paasman 1

Bert Paasman

Geplaatst op Categorieën Sterke verhalen

Een Veluwse familie

Hotspots editie 26

Tekst: Lilian van de Kamp
Fotografie: Brand Overeem / Lilian van de Kamp

Bert Paasman is gefascineerd door het verleden. Samen met fotograaf Brand Overeem volgde de Puttense cultuur- en literatuurwetenschapper de levens van enkele Veluwse personen. Het resultaat: documentaires in boekvorm. De gezusters Van den Brink, de laatste bewoners van de Puttense boerderij de Mariahoeve, waren de hoofdpersonen in het boek Mariahoeve, Drie gezusters en de strijd om het bestaan. Een familie die er een authentieke levenswijze op na hield. Paasman vertelt.

Hoe bent u destijds met deze familie in contact gekomen?

“Via een wijkverpleegster. Toen een van die zusters ziek was, hadden wij al een boek over Evert uitgebracht (Het leven van Evert, red.). Die verpleegster kende het boek en vertelde mij dat ze ook heel interessante vrouwen kende. Ik heb Brand op dat spoor gezet en hij ging vaak even bij ze op bezoek. Al was het maar even tien minuten, net zo lang tot hij hun vertrouwen had gewonnen en mocht gaan fotograferen. Zodra ze niet meer leefden, mochten we het uitgeven.”

Wat was er zo interessant aan deze familie?

“Het waren mensen die nog leefden zoals men een eeuw geleden leefde. Misschien dat er in het land nog een aantal mensen leven zoals zij, maar dat zijn er geen tien meer, denk ik. Dat is nu voorbij en daarom moest het vastgelegd worden. Het is geen fictie, geen spannend verhaal, geen anekdotes, alleen een documentaire in boekvorm over hoe ze leefden. De bibliotheken van het Nederlands Openluchtmuseum en het Rijksmuseum hebben deze boeken opgenomen, omdat het interessante geschiedenis is voor toekomstige generaties, die zich er geen voorstelling meer van kunnen maken.”

Hoe keek u tegen deze manier van leven aan?

“Met respect. Tegenwoordig zijn we met handen en voeten aan elektriciteit gebonden. Zo nu en dan is er een dag of twee dagen ergens geen elektriciteit. Een ramp! Dan gaan de winkels dicht, want de kassa’s werken niet. De banken kunnen niet werken. Alles gaat dicht. We zijn dus compleet overgeleverd aan de elektriciteit. Maar deze mensen hadden qua elektriciteit slechts een peertje aan het plafond hangen. Ze werkten met het lichaam en het gereedschap. Dat is natuurlijk knap. Wij maken daar nu leuke televisieprogramma’s van: overleven op een onbewoond eiland. Heel spannend, dan hoor je mensen vloeken en tekeer gaan. Maar zo zwaar was het leven vroeger dikwijls.”

Ze leefden van de natuur?

“Als je kijkt naar het Putterbos, honderdvijftig jaar geleden, was dat economie. Daar kwam hout voor de kachel vandaan, takken voor de takkenbossen voor de bakker, twijgen om bezems mee te maken, schors werd gebruikt voor de leerlooierijen, de galappeltjes op de eikenblaadjes werden gebruikt om inkt te maken. Bosbessen plukken, paddenstoelen zoeken. Jacht: hazen, konijnen, fazanten, de hele rataplan. Nu is het bos voor recreatie. Kunnen wij dat nog? Kunnen we nog terug? Kunnen we nog een beetje volgens de natuur leven of niet? Ik denk van niet. Hier staan wat bramenstruiken voor mijn huis en dan zit ik in de zomer in de tuin en hoor ik toeristen langs lopen. Kinderen zien besjes en je hoort ouders roepen: Niet doen, die zijn giftig! Dat vind ik erg. Men weet niet eens meer wat bramen zijn en dat je die kunt eten en er jam van kunt maken.”

Vroeger was alles beter?

“Nee hoor, absoluut niet. Het was niet allemaal beter. De gezondheidszorg was vreselijk en zo waren er heel veel dingen. Dan hebben we het nu veel beter. Dat zie je ook aan de stijging van de gemiddelde leeftijd. Maar stel je voor dat we in een crisis terecht komen, ernstiger dan nu. Dat alle luxe weg is, dat de tv het niet doet en de centrale verwarming niet werkt. En onze telefoons en computers het even niet meer doen, al is het een aantal weken. Wat kunnen mensen nou als de elektriciteit uit valt? Dan zullen ze heel inventief moeten worden. Dat waren deze mensen. Je zult terug moeten vallen op een leven zoals dat van hen. En daarom is het zo interessant.”

Eigenlijk zijn ze een voorbeeld van hoe we zouden moeten kunnen leven?
“Ja. Het is wel een soort boek dat je als handleiding kunt gebruiken van hoe je moet overleven. Maar, daar hoeft het geen diepe crisis voor te zijn. Ik denk dat je je best mag realiseren dat we in een verspilsamenleving leven. Evert en deze drie vrouwen verspilden niks. Tegenwoordig wil iedereen ‘groen’ ondernemen. Als je deze boeken leest, zie je hoe je als individu groen kunt leven. Je vindt zeker inspiratie.”

Wat heeft u het meest verwonderd?

“Wat mij verwonderd heeft is dat deze mensen zo wijs zijn. Ik kom uit het academische milieu en daar is iedereen professor, doctor, meester of ingenieur. Dat is geleerdheid, maar dat is nog geen wijsheid. Ik ontmoet hier op het platteland veel mensen met grote levenswijsheid. Ervaringswijsheid. Die zie je bij die BN-ers, die elke avond onze televisie terroriseren, niet. Maar bij deze mensen wel. Maar deze mensen krijgen geen programma of een reportage in de krant. En ze verdienen het wel, meer dan een BN-er. Dat is voor mij ook wel een belangrijke drijfveer geweest om deze verhalen vast te leggen.”

Familiebanden waren vroeger ook heel anders?

“Deze gezusters hebben hun hele leven bij elkaar gewoond. Eerst met hun broer en toen die overleed, hebben zij nog dertig jaar met zijn drieën het bedrijf gerund. Dat betekende ook dat ze niet ging trouwen, maar bij elkaar bleven. Dat kunnen we ons tegenwoordig niet meer voorstellen. Nu hebben we het idee dat iedereen recht heeft op individuele ontplooiing, maar dat betekent wel dat die familiebanden veel minder hecht worden. Men zorgde ook voor de familie. Niemand dacht erover zijn familie in een bejaardentehuis te stoppen. Bij sommige boerderijen had je nog een bakhuis en daar woonde opa of oma dan in. Die mocht dan nog de kippen voeren, de boontjes afhalen, de aardappels schillen. Die had nog een behoorlijke functie in dat bedrijf. Of oma paste op de kinderen, ze werd erbij gehouden. Nu worden opa en oma geparkeerd in het bejaardentehuis. Weg.”

Deze zussen zijn bewust alleen gebleven?

“Ja, in dat opzicht zijn ze natuurlijk een beetje typisch. Zij hadden elkaar. Maar deze vrouwen waren geen zonderlingen hoor. Het waren hele gewone, normale mensen. Ze hadden een goede band met de buren. En met sommige neven en nichten. Ze deelden ook spullen met de buren. Het was een bewuste keuze van deze dames om bij elkaar te blijven. Ik kan natuurlijk niet in hun koppen kijken, dus de reden dat ze geen relatie hadden weet ik niet, maar anders waren ze wel met z’n drieën uit elkaar gegaan. Dat was toch iets wat ze kennelijk niet wilden.”

Families van nu zijn veel minder hecht?

“We leven tegenwoordig in een erg individuele tijd. Je voedt je kinderen op om ze snel zelfstandig te maken. Wij hebben een soort bloeipunt van het individualisme, met de grote voordelen daarvan, de vrijheid, ontplooiingsmogelijkheden, maar ook alle nadelen daarvan. Weinig solidariteit. Veel eenzaamheid.”

Wat waren volgens u de belangrijkste kenmerken van Veluwse mensen?

“Over het algemeen waren ze trouwe kerkgangers. De kerk bepaalde in hoge mate hun leven. De bijbel werd gelezen bij het eten, er werd gebeden en gedankt bij alle maaltijden. Kinderen gingen naar zondagschool, kinderen gingen naar catechisatie, deden belijdenis, dat soort dingen waren belangrijk. Het klinkt heel gek, maar via de bijbel en de kerk, had je een bruggetje naar de grote cultuur toe. Want het bijbel lezen maakte je ontvankelijk voor literatuur. En kerkmuziek maakte je ook ontvankelijk voor orkestmuziek. Door het lezen van de bijbel werd je tekstgevoelig. Deze zusters lazen zeventiende-eeuwse teksten. Dus taalkundig waren Veluwse mensen vrij goed ontwikkeld. Dat valt me nog steeds op.”

Wat zouden de jongeren van nu moeten koesteren?

“Ze mogen wel iets meer kennis van de geschiedenis nemen. Ze weten zo weinig. Dat vind ik echt niet goed. Ik wil niet zeggen dat je rijen jaartallen moet leren zoals wij dat vroeger moesten, maar je mag wel iets meer weten van je geschiedenis. Van je ouders, van je grootouders, van je overgrootouders, van je dorp, van wat er is gebeurd. Hier in Putten krijgen de schoolkinderen allemaal te horen over de razzia en dat is heel goed. Maar dat er voor de razzia ook nog duizend jaar Putten geweest is, dat krijg je niet echt mee, terwijl dat toch ook interessante geschiedenis is.”